<%@LANGUAGE="JAVASCRIPT" CODEPAGE="1252"%> pers


Home
Welkom
Kapelmeester

Orkest

Agenda

Discografie

Video

Liedteksten

Foto's
Pers
Egerland
Ernst Mosch Biografie
Radio
Contact
Links
Gastenboek

2 juli 2013: Grafschafter Nachrichten,niedergrafschaft, Puussen in Velthusen, Hermann Lindwehr

11 mei 2013: Grafschafter Nachrichten, Niedergrafschaft, Puussen in Velthusen

November/Dezember 2012, Mucke, Magazin für böhmische und mährische Blasmusik

26 juni 2012: Grafschafter Nachrichten, Niedergrafschaft, André Berends

21 juni 2012: Grafschafter Nachrichten, Niedergrafschaft, André Berends

9. Juli 2011, Grafschafter Nachrichten, Niedergrafschaft, Puusen in Velthusen

9. Juni 2011, Grafschafter Nachrichten, Niedergrafschaft, Puussen in Velthusen

17 maart 2011: De Stentor

11 maart 2011: De Stentor, Jubileumconcert

7 oktober 2010: Grafschafter Nachrichten, Oktoberfest

11 april 2009: Oldehove Klanken, Masterclass

23 oktober 2008: De Gelderlander/Achterhoek

maart 2008 : Defilé, Orgaan van de International Military Music Society

28 oktober 2007: De Twentse Courant Tubantia

september 2007: Music & Show, KNFM magazine

25 maart 2007: Streekgids

6 november 2006: De Gooi- en Eemlander

14 november 2006: Barneveldse Krant

8 november 2006: Baarnsche Courant

9 maart 2006: De Twentse Courant Tubantia

28 november 2005: De Stentor

16 maart 2005: Extra Nieuws

3 maart 2005: De Telegraaf Twente Vandaag

november 2004: Music & Show

7 juli 2004: Klaverblad

24 juni 2004: De Stentor

27 mei 2004 De Telegraaf

25 november 2003: De Gelderlander Arnhemse Courant

24 november 2003: De Twentse Courant Tubantia

19 november 2003: Oost Gelders Vizier, Zondagskrant Arnhem

18 november 2003: De Telegraaf, Twente Vandaag

november/december 2003: Ruud's Music Magazine

20 november 2003: De Twentse Courant Tubantia


De Gelderlander
donderdag 23 oktober 2008

Daniëlle Elsinghorst bij een lantaarnpaal in Winterswijk, waar ze geen reclamebord mag plaatsen. "In alle plaatsen rondom Winterswijk mag het, behalve daar. Per periode krijgt slechts één aanbieder de gelegenheid."

Met oude stiel terug in 'De Storm'

Mini en Maxi's Daniëlle Elsinghorst vijftien jaar later met Egerländer.

door Domien Esselink

WINTERSWIJK - Op vijf dagen na is het exact vijftien jaar geleden dat Daniëlle Elsinghorst (36) in cultureel centrum De Storm heeft opgetreden.

Op 4 november 1993 met het komische duo Mini&Maxi, op 9 november met een andere tak van sport: Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten.

"De mensen vonden het destijds gekker dat ik met Mini&Maxi op toernee ging, want ik speelde al op m'n twaalfde bij de kapel in Meddo. Ja, bij de Hilgeländer Musikanten, mijn vader was de oprichter. Ik ging liever daar naartoe dan naar dansles. Muziek was alles voor me."

Ze studeert op het conservatorium in Enschede als ze een advertentie op het prikbord ziet. "Mini&Maxi zochten een vrouw die trombone en tuba speelt en ik dacht: dat is mij op het lijf geschreven. Ik heb gesolliciteerd en ben vier jaar met ze op toernee geweest."

"Mensen denken aan lange tafels en een tent, maar het is een echt concert."

Ze is inmiddels weer verankerd in haar oude stiel: Duitstalige volksmuziek. Bij de Egerländer Musikanten, het orkest van haar partner Herman Engelbertinck. "Hij is de orkestleider en heeft 26 jaar bij Ernst Mosch gespeeld. Op een gegeven moment vroeg hij aan Mosch of ze een keer in Nederland konden optreden. Dat kon en door de enorme belangstelling waren er problemen met het podium en de stoelen. Herman, die lid is van de Orde van Uitvinders, is vervolgens zelf een podium en stoelen gaan maken. Dat is dermate uitgebouwd dat we nu zelf een verhuurbedrijf hebben met podia en stoelen. We hebben vierduizend stoelen. Het is onze broodwinning geworden waar we goed van kunnen leven. We leveren podia en stoelen grote evenementen, zoals de Veteranendag op het Malieveld in Den Haag. Of het optreden van Jan Smit in Eindhoven. Maar ook in Winterswijk, bij het optreden van Direct op de Markt."

Daniëlle Elsinghorst verheugt zich op het optreden in De Storm. "In een theater spelen is het mooist. Mensen denken bij Egerländer aan lange tafels en een tent, maar het is een echt concert. Met beroepsmuzikanten van onder meer het Metropool orkest, het Gelders Orkest en de Marinierskapel."

Herman Engelbertinck und seine Egerländer Muzikanten, zondagmiddag 9 november om 14.30 uur in De Storm. Voorverkoop via De Storm: 0543 - 514 365. Voor meer info: www.egerlandermusikanten.nl .

naar boven


Doorgaans worden in deze rubriek buitenlandse militaire orkesten gepresenteerd die in onze omgeving optredens plannen of hebben gehad of waar de IMMS, b.v. via een bezoek, een nadere relatie mee heeft. Daar maken we ditmaal in zekere zin een uitzondering op. Om te beginnen gaat het hier - al doet de naam anders vermoeden - om een Nederlands blaasorkest dat in veel kleinere kring faam geniet dan de eigen beroepskapellen die we wel voldoende kennen. Het betreft ook geen militair orkest, al is dit een rekbaar begrip, zoals gesteld in de rubriek De Hoogste Noot. Wij stellen u voor:
Herman Engelbertinck und Seine Egerländer Musikanten

Het kan soms bijzonder verlopen in de militaire muziek. Toen de KMKapel Johan Willem Friso in 2006 voor het eerst in nieuwe vorm zich in 2006 in de Nationale Taptoe presenteerde deed zij dat met een onbekende maar briljante mars in Egerländer stijl, ‘Mens Sana in Corpore Sano’ van ene Geert Sprick. Een opvallende keus, die noopte tot nader uitzoeken wie deze talentvolle componist is. Het bleek een Nederlander te zijn, niet Geert Flik of Kees Vlak, maar wel een bekende muzikant/componist uit het oosten des lands die een daar bekende eigen Egerländer kapel heeft gehad, de Glanerbrugger Musikanten. Hij speelt nu flügelhorn in de kapel Herman Engelbertinck und Seine Egerländer Musikanten uit Almelo. De naamgever van dat orkest is een oude bekende in de militaire muziek. Hij speelde als trombonist van 1965 tot 1971 in de Marinierskapel en werd vervolgens gevraagd door Ernst Mosch om toe te treden tot diens befaamde Orginal Egerländer Musikanten, waar hij 26 jaar deel van uitmaakte en de hele wereld mee rondreisde. In 1997 was Engelbertinck eraan toe om zijn eigen Egerländer kapel op te richten, samengesteld uit topmuzikanten, in totaal 20. Hieronder bevinden zich, behalve Geert Sprick, een groot aantal beroepsmuzikanten uit de militaire orkesten. Zo bestaat de gehele klarinetsectie uit leden van de Marinierskapel en speelt de bekende trombonist Jos Jansen uit die kapel ook hier zijn partij. De bezetting is derhalve grotendeels militair en ook de gespeelde Egerländer polka´s, marsen en walsen doen de kwalificatie militaire muziek heel dichtbij komen. De Marinierskapel zelf speelt immers al sinds jaar en dag regelmatig uit dit karakteristieke, altijd herkenbare midden-europese repertoire en heeft daar zelfs een CD van opgenomen. Ook bestond het programma van de kapel van enkele jaren terug op de Nationale Taptoe geheel uit deze muziek. Die invloed is overduidelijk te bemerken in de Egerländer Musikanten van Herman Engelbertinck. Het is alsof je Ernst Mosch c.s. zelf hoort, een waarlijk beroepsorkest met navenante kwaliteit en ook zichtbaar een enorme dosis speelplezier. De naamgever leidt zijn orkest op onnavolgbare wijze, een show op zich. De bij deze muziek behorende vokale inbreng in de trio´s worden door Herman zelf samen met Geert Sprick tweestemmig uitgevoerd, die daarvoor zijn instrument dan even ter zijde legt. Geert doet ook op een geanimeerde manier - die aan Herman Finkers doet denken - de aankondigingen, wat de opgewekte sfeer nog verder verhoogt. Het orkest, dat onlangs op grootse wijze in de Jaarbeurs in Utrecht zijn 10-jarig jubileum heeft gevierd, heeft vier CD´s uitgebracht in eigen beheer en van het jubileumconcert ook een DVD. Onder het adres www.egerlandermusikanten.nl is alles te vinden. Als u maar beetje van dit genre houdt – militaire muziek of niet - een ware aanrader met garantie op een hele middag of avond blaasmuziek zoals u die zeer waarschijnlijk nog nooit live heeft gehoord.

© Johan de Vroe, hoofdredakteur ‘Defilé’, orgaan van de Int. Military Music Society - Nederland

naar boven


De Twentse Courant Tubantia
28 oktober 2007
Muzikant, dirigent, uitvinder. Oldenzaler Herman Engelbertinck (62) heeft het voorrecht gehad van zijn hobby’s zijn werk te maken. Hij speelde 26 jaar lang in het wereldberoemde orkest van Ernst Mosch, de koning van de blaasmuziek. Toen Mosch ermee stopte, nam Engelbertinck de fakkel over. Met een eigen orkest doet hij er sindsdien alles aan om de Egerländer muziek in ere en zijn grote leermeester in herinnering te houden.
‘Verfijnde blaasmusiek’ luistert nauw. Elke noot moet kloppen. „Zonder discipline kom je nergens, in de muziek niet, maar ook in het leven niet.”
Zonder discipline kom je nergens

Herman Engelbertinck (62), muzikant en uitvinder

Herman Engelbertinck werd op 29 september 1945 geboren in Oldenzaal, als eerste zoon in een drie kinderen tellend gezin. Zijn vader die 'Marinus van de Plag ' als bijnaam had, was de bekendste muzikale, humoristische caféhpouder van Oldenzaal. Als achtjarige speelde Herman al in het café van zijn ouders. Na de middelbare school studeerde Engelbertinck aan het conservatorium in Enschede, waar hij in 1965 afstudeerde bij G. Boomsma, solotrombonist van het Overijssels Philharmonisch Orkest. In 1964 trad hij toe tot de Marinierskapel der Koninklike Marine. In 1971 kwam Engelbertinck bij het orkest van Ernst Mosch und seine original Egerländer Musikanten. 26 jaar speelde hij bariton in het orkest van deze 'koning van de blaasmuziek'. Met Ernst Mosch toerde hij de hele wereld over, tot aan de fameuze Carnegie Hall in New York toe. Toen Mosch in 1997 stopte, ging Engelbertinck in het voetspoor van zijn grote voorbeeld verder als Herman Engelbertinck (en zijn) und seine Egerländer Mu(z)sikanten. Bovendien is Engelbertinck directeur van QPO verhuur en QPO innovations, een bedrijf dat podia, geluids- en lichtinstallaties en stoelen verhuurt, maar ook de complete verzorging van muzikale evenementen verzorgt. Vanwege die bedrijfsactiviteiten heeft hij zijn geboorteplaats Oldenzaal verruild voor het centraler gelegen Barneveld op de Veluwe, waar hij samenleeft met Daniëlle Elsinghorst. Op zondagmiddag 18 november treden Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten op in het Oldenzaalse stadstheater De Bond.

Door Alphons Huiskes

‘Als je dat nog een keer zegt, ga je eruit.’ Met een stem, die herinneringen oproept aan het barse timbre van acteur Ko van Dijk, reageert Herman Engelbertinck op de veronderstelling dat Egerländer muziek te vergelijken is met Tiroler muziek. Het voelt als een belediging, zo blijkt uit de felle reactie van de boomlange Oldenzaler. „Want Egerländer muziek is geen hoempapa, niks dijenkletsers en literpullen bier. Egerländer is verfijnde blaasmuziek, geen kakafonie van geluid, maar een stijl waarbij alles op zijn plaats valt. Op de tel spelen, daar gaat het om. En dan gebeurt er iets in een orkest, dan wordt de muziek naar een hoger plan getild.” Hij weet niet precies wat het is, maar het gebeurt telkens weer. Het publiek merkt dat ook. Nee, Egerländer muziek vergelijken met ‘het lawaai’ dat een dweilorkest produceert is wat Engelbertinck betreft een doodzonde.

De felle reactie typeert hem. Streng, rechtvaardig en wars van lanterfanterij. Het werd hem vroeger thuis in Oldenzaal, waar zijn vader en moeder een café dreven, met de paplepel ingegoten. Net als de muziek. „Mijn vader, Marinus van de Plag, was één van de bekendste kasteleins van Oldenzaal. Een man vol humor en onorthodoxe manieren en een uitstekend muzikant.” Engelbertinck kan er in geuren en kleuren over vertellen. Zo liet zijn vader hem door het café marcheren, de ene deur uit, buiten om de hoek van het café de andere deur weer in. „Zo heb ik leren marcheren. Links, twee, drie, vier! Links, twee, drie, vier!”
Als hij erover vertelt maakt de strengheid op zijn gezicht plaats voor een glimlach. Herinneringen aan een fantastische jeugd komen boven. „Mijn vader en moeder waren altijd aan het werk, dus wij kinderen konden gaan en staan waar we wilden. Niet dat we donderij uithaalden, want, zo was ons wel bijgebracht, dan was je nog niet jarig. We zijn streng opgevoed. Streng, maar rechtvaardig.” Het waren de jaren na de oorlog. „Er was niets, mijn ouders waren niet echt arm, maar ze moesten er hard voor werken. Ik weet nog dat ik een fiets kreeg van tante Mien, met klossen op de trappers, omdat ik er anders niet bij kon komen. Geen gezicht, maar je was al lang blij dat je een fiets had.” En hij mocht op achtjarige leeftijd bij de muziek. Leren trompet spelen bij Semper Crescendo, toen al één van de beste orkesten van Nederland. Kleine Herman bleek een talent. Hij mocht al gauw spelen in het grote orkest en af en toe een solo doen. „Machtig vond ik dat.” En ook daar werd hem het belang van discipline bijgebracht. „Ik ben min of meer gedrild in de muziek. Het was nooit goed genoeg. Toen vond ik dat niet zo leuk, maar achteraf besef ik dat het één van de pijlers onder mijn bestaan is. Het was buitengewoon streng. Ik weet nog dat ik voor het eerst mee mocht spelen met het grote orkest. Ik had heel goed geoefend en wilde wel even laten horen wat ik kon. Languit met de benen over elkaar speelde ik mijn partij mee, toen de dirigent afsloeg. Ik dacht dat hij me een compliment wilde geven. Maar nee: ik kreeg een fikse uitbrander omdat ik zo onderuitgezakt zat te spelen. Dat moment is me altijd bijgebleven. Nu ik zelf dirigent ben weet ik hoe ongeïnteresseerd het er uitziet als muzikanten wat op hun stoel hangen. Als je wilt dat het publiek de volgende keer niet terugkomt moet je zo doen.”

Zijn ouders zorgden ervoor dat hij de beste leermeesters kreeg. Privéles in Hengelo. „Dat kostte een godsvermogen, maar dat had mijn vader er wel voor over. Maar je moest er wel wat voor doen. Ik weet nog dat ik een keer te laat was. Ik was onderweg blijven treuzelen, omdat ik de les niet ingestudeerd had. Ik was nog geen vijf minuten te laat binnen, maar de leraar had mijn vader al gebeld. Dat hij me toch een beetje in de gaten moest houden. Nou ik was thuis de deur nog niet binnen of ik had al een draai om de oren te pakken. Nee lanterfanten kwam in het woordenboek van mijn vader niet voor.” Zo’n corrigerende tik, dat was gewoon in die tijd. De waardering voor zijn vader - ‘een boomlange man, nog groter dan ik nu ben’ - heeft er nooit onder geleden. Integendeel, hij heeft zelfs een nummer aan zijn vader opgedragen.
De strenge opvoeding, maar ook de humor en de liefde voor de muziek hebben hem gevormd tot wat hij nu is: een begenadigd muzikant, een naar perfectie strevende dirigent, die eenzelfde instelling eist van zijn orkestleden. Veeleisend ja, en dat is in de omgang met anderen wel eens lastig, weet Engelbertinck. „Ik krijg nogal eens tegengas, maar ik ben nu eenmaal niet zo gauw tevreden. Kijk geluk kun je een beetje afdwingen. Niet door lui te zijn, maar door heel hard te werken.”

Na de middelbare school moet hij kiezen: voetballer of muzikant worden. Het wordt het conservatorium. „Waar ik ook het geluk had de beste leermeesters te krijgen”. Nog voor zijn afstuderen kreeg hij de kans om bij de Marinierskapel te spelen. „Een vaste baan. En muzikaal gezien het beste wat er was in Nederland.” Met een solo tijdens een plaatopname van de Marinierskapel trok hij de aandacht van Ernst Mosch, die in Nederland was voor de uitreiking van een Edison. Engelbertinck kon lid worden van Mosch’ Egerländer Musikanten. Daar hoefde hij niet lang over na te denken. „Spelen in het orkest van Ernst Mosch was voor mij het hoogst haalbare.” Zo’n 26 jaar trok Engelbertinck met de Koning van de Blaasmuziek naar alle uithoeken van de aarde. Ruim duizend concerten, meer dan 40 miljoen verkochte platen, tv-optredens in ruim veertig landen en 29 gouden, platina en diamanten platen. „Het was de mooiste tijd uit mijn leven. In de hoogtijdagen van Ernst Mosch gaven we 200 concerten per jaar. Tien dagen op tournee, tien dagen thuis en dan weer tien dagen op tournee. Een mooier baantje bestond niet!
Zowel muzikaal als organisatorisch heb ik er erg veel van geleerd.”

In Mosch vond Engelbertinck opnieuw een streng leermeester. In de overtreffende trap. „Bij de marine is discipline een groot goed. Maar de muzikale discipline bij Mosch was wel tien keer zo groot als bij de Marinierskapel. Naar elk nootje werd gekeken.”
Volgens Engelbertinck is het spelen in een Egerländer orkest net zo moeilijk als het spelen in een philharmonisch orkest, maar toch wordt de Egerländer of Böhmische muziek lang niet overal op waarde geschat.
In het ‘hautaine’ Hilversum al helemaal niet. „We kampen met een verkeerd imago. De naam Egerländer is in de loop der jaren te pas en te onpas gebruikt, waardoor bij veel mensen de indruk is ontstaan dat het om het soort muziek gaat dat dweilorkesten spelen, dat het dijenkletsende Tiroler muziek is. Maar dat is het absoluut niet. Het is een eigen stijl binnen de blaasmuziek. Om het goed te kunnen begrijpen moet je weten waar het vandaan komt. Ernst Mosch kwam uit het Böhmische land, een streek in Tsjechië rond het riviertje de Eger. Een streek waar ‘koper’ integraal onderdeel uitmaakt van de volkscultuur. Wat de viool voor de zigeuner is, de gitaar voor de Spanjaard, is het blaasinstrument voor de Tsjech. Trombone, flügelhorn, bariton, trompet, behalve moedermelk krijgen ze het koper met de paplepel ingegoten. Toen Mosch in de oorlog vluchtte naar het westen van Duitsland, nam hij die achtergrond natuurlijk mee. Net als zijn muziek. Hij speelde in Duitsland in Amerikaanse cafés voor een maaltijd en de peuken uit de asbakken. In de jaren vijftig, toen de wederopbouw begon, ging het ook hem wat beter en kreeg hij een baan bij de radio. Daar werkten meer muzikanten uit zijn geboortestreek en ze besloten samen nog eens zo’n typisch Böhmische polka te spelen. Toen dat werd uitgezonden op de radio, kwamen er onvoorstelbaar veel reacties op. Mensen wilden weten wat het was. Ze herkenden de heimwee, het weemoedige verlangen dat in die muziek doorklinkt. Egerländer is heimwee, verlangen naar betere tijden, verloren liefde. Natuurlijk sprak dat aan na de oorlog. De mensen hadden niets. Alles lag in de prak. Maar het verlangen naar thuis, naar betere tijden is natuurlijk ook een universeel thema. Dat verklaart ook Mosch’ enorme succes buiten Duitsland. De muziek weet een speciaal gevoel op te roepen bij het publiek, dat merk ik elke keer weer. Heel extreem was dat het geval bij het eerste concert met Mosch in het oosten van Duitsland nog voor de val van de Berlijnse muur. De hele zaal, drieduizend mensen, was aan het huilen. Onvoorstelbaar.”

Toen Mosch er in 1997 een punt achter zette, besloot Engelbertinck in het voetspoor van zijn grote voorbeeld verder te gaan. Hij haalde de beste muzikanten van Nederland bij elkaar, mensen uit de Marinierskapel, het Concertgebouw orkest en het Metropole orkest. Muzikanten die van wanten weten. Voor het geld hoeven ze het niet te doen. „Ik verzorg ze goed, maar schaam me voor het bedrag dat ik ze kan betalen - ik zeg ook niet wat het is - en dat maakt me extra trots dat ze toch steeds weer meedoen. Ze voelen net als ik dat gewisse etwas in deze muziek.” En ze accepteren hun veeleisende dirigent. „Lanterfanten is er bij mij niet bij. Dat zit niet in mijn aard. Ik herinner me nog goed wat Mosch altijd zei: ‘We spelen niet voor vanavond, maar voor volgend jaar. Als we nu niet de sterren van de hemel spelen, komen de mensen volgend jaar niet meer terug.’ Zonder discipline kom je nergens. Wie iets wil bereiken, zal ervoor moeten werken. Die instelling zie ik tegenwoordig bij veel beroepsorkesten niet meer terug.”

Zoals hij die instelling ook in andere segmenten van de samenleving steeds minder terugvindt. „Ik kan me dood ergeren aan die mentaliteit van laat maar waaien, het komt wel vanzelf. Tegenwoordig krijgen jongeren al geld als ze van school komen. Ik vind dat niet goed. Je moet ervoor werken.

Herman Engelbertinck: "Ik wil altijd winnen. Had ik als voetballer al. Als mij er eentje voorbij ging, dan vrat ik het gras op."
foto George Nusmeijer
© Twentsche Courant/Tubantia

Maar als we zo doorgaan maken we een hele generatie jongeren kapot. Terwijl de samenleving vergrijst en er eigenlijk steeds meer hens aan dek nodig is, zie je de zaak in Nederland verloederen. Ik vraag me echt af in welke staat dit land over een jaar of twintig verkeert. We moeten steeds meer mensen aan het eten houden, maar er zijn steeds minder mensen die dat moeten betalen. Dat gaat geheid een keer fout. Ik ben er niet gerust op. Als je rondkijkt in de wereld hebben we het in Nederland natuurlijk ontzettend goed. We zijn verwend tot en met, maar misschien luidt dat ook wel onze ondergang in. Dat leert de geschiedenis ook. Kijk naar de Romeinen. Een fantastisch rijk wisten ze op te bouwen, maar toen sloeg de lamlendigheid toe en ging het rijk ten onder. Nee, als ik het voor het zeggen had, ging het anders in Nederland. Het moet weer gedisciplineerder. Dit zijn de regels, zo doen we het en als je je er niet aan houdt zijn dat de consequenties. Natuurlijk moet je openstaan voor suggesties om iets anders te doen, maar dan moeten de argumenten daarvoor wel deugdelijk zijn.” Hij noemt het gedoogbeleid ten aanzien van softdrugs als voorbeeld. „Kijk wat er gebeurt rond scholen. We zijn bezig een generatie jongeren naar de donder te helpen. Aanpakken die handel, denk ik dan. Maar velen willen het niet zien. Zeggen dat het allemaal wel mee valt met wiet en hasj. Hou toch op. Twintig van de honderd jongeren blijft er in hangen. Dat moet je toch niet willen. Natuurlijk moet de jeugd zijn uitlaatklep hebben. Wij dronken vroeger toen we jong waren ook een pilsje en ook wel een paar meer. Maar zoals het nu gaat, gaan we naar de donder. Als ik het voor het zeggen had in dit land ging het over een totaal andere boeg.”

Maar hij heeft het niet voor het zeggen, dus richt hij zich op de muziek én op het uitvinden, ook een hobby die werk werd. Meestal in het verlengde van de muziek. Het begon met een serie koppelbare stoelen. Die vinding is inmiddels door een patent beschermd. Zoals hij meer patenten op zijn naam heeft staan, waaronder een speciaal en superhandig model van een partytafel en een multifunctionele podiumtrap. „Als er een probleem is zoek ik naar een oplossing. Het denken daarover gaat dag en nacht door. Ik slaap dan ook slecht. En als ik het gevonden heb, al is het midden in de nacht, brand ik het meteen in elkaar. Dan móet ik zien of het werkt.” Niet alles komt ten uitvoer. Zijn idee om in Afrika huizen van lege colablikjes te bouwen bijvoorbeeld is nooit van de grond gekomen, maar begraven is het ook nog niet. „Misschien vind ik ooit de tijd om ermee door te gaan. Nu ben ik nog met zoveel dingen bezig, dat ik liever niet op vakantie ga. Na twee dagen met mijn gat op het strand vraag ik me al af: ‘Wat doe ik hier?’.”
Zijn vindingrijkheid bleef niet onopgemerkt. Engelbertinck bouwde podia voor James Last, André Rieu, Lee Towers, de popgroep Queen. Ook concertorganisator Mojo weet de vindingrijkheid van de Oldenzaalse uitvinder op waarde te schatten. Rijk - in de zin van een kapitaal geld vergaren - is hij er niet van geworden en als er al eens flink verdiend was werd het geld gestoken in innovaties. „Want het kan altijd beter. Zo ben ik nu bezig de bladmuziek voor de Egerländer op elektronische beeldschermpjes te krijgen. Veel eenvoudiger dan bladmuziek.” Deskundigen vertellen hem dat het niet kan. „Maar dat moet je tegen mij niet zeggen. Ik wil altijd winnen. Had ik als voetballer al. Als mij er eentje voorbij ging, dan vrat ik het gras op.” Hij gaat voor de winst, maar geld interesseert hem niet. „Ik hecht aan drie dingen, een goed bed, een auto waarmee ik een redelijke kans heb een ongeluk te overleven en de muziek.

Dat mensen zeggen: ‘Engelbertinck het was een mooie avond’, dat is het doel. En als ik morgen tien miljoen win koop ik al mijn muzikanten uit en maak ik een grote internationale tournee. Om al die critici, die hooghartig de neus ophalen voor de Egerländer muziek, de mond te snoeren.” Zoals André Rieu dat ooit deed met een megaconcert in Wenen. „Het zag zwart van het volk. In het hol van de leeuw gaf hij de hele klassieke wereld een draai om de oren. Heerlijk! Wat Rieu deed voor de strijkers zou ik graag doen voor de blazers.”

© Twentsche Courant/Tubantia

naar boven


Music & Show

September 2007
Door Frank Vergoossen
De droom van Herman Engelbertinck
Godfather van de Egerländer en Böhmische muziek

Muzikaal paspoort
Naam: Herman Engelbertinck
Geboortedatum: 29 september 1945
Geboorteplaats: Oldenzaal
Woonplaats: Barneveld

Instrument(en):
1953 - 1961: trompet
1961 - 1974: trombone
1971 - 1997: bariton
1998 - heden: bastuba

Muziekopleiding(en):
1953 - 1955: interne opleiding Semper Crescendo Oldenzaal, trompet
1958 - 1961: privéles Gerrit Kerkhof, trompet
1961 - 1965: conservatorium Enschede, trombone
1965 - 1966: conservatorium Den Haag, trombone

Lidmaatschap amateurverenigingen of –ensembles:
1953 - 1964: muziekvereniging Semper Crescendo, muzikant
1981 - 1985: Bargkapel Barchem, dirigent
1990 - 1993: muziekvereniging Oefening Baart Kunst Otterlo, muzikant
1991 - 1995: Isseltaler Musikanten, dirigent
1993 - 1996: harmonie Sint-Jozef Harmonie Oldenzaal, muzikant
2000 - 2004: harmonie Oefening Baart Kunst Zeist, muzikant
1998 - heden: Barnevelds Philharmonisch Orkest, muzikant

Loopbaan als beroepsmusicus:
1964 - 1974: Marinierskapel der Koninklijke Marine, trombone en bariton
1971 - 1997: Ernst Mosch und seine Original Egerländer Musikanten, bariton
1997 - heden: Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten, muzikaal leider

Overige functies:
Jaren 80 en 90: internationaal jurylid
2004: regisseur KNFM-gala 2004
1975 - heden: eigenaar podiumverhuurbedrijf

 

 

 

Een carrière als professioneel musicus. Welke jeugdige muzikant droomt er bij zijn eerste enthousiaste stappen op het muzikale pad niet stiekem van om straks als beroepsmusicus door het leven te gaan. Voor velen blijft het bij luchtfietserij, maar er zijn er ook voor wie dat droombeeld werkelijkheid wordt. In de serie 'De droom van' portretteert Music & Show mensen voor wie het lidmaatschap van een fanfare, harmonie of drumband de eerste aanzet vormde voor een avontuurlijke loopbaan in de muziekwereld. In deze 27e aflevering de droom van Herman Engelbertinck, de Godfather van de Egerländer en Böhmische muziek in Nederland

 

 

 

 

Als achtjarig jongetje speelde hij op het biljart in het café van zijn vader ‘Cherry pink’, de hit van de jaren vijftig. Bij muziekvereniging Semper Crescendo uit zijn geboorteplaats Oldenzaal zette hij zijn eerste muzikale stappen en bij de Marinierskapel der Koninklijke Marine maakte hij kennis met de professionele muziekwereld. Maar Herman Engelbertinck wilde meer. Het toeval bracht hem in contact met de wereldberoemde kapelmeester Ernst Mosch. Meer dan een kwart eeuw toerde hij aan de zijde van de Koning van de Blaasmuziek kriskras door de wereld. Na het afscheid van Ernst Mosch nam Herman Engelbertinck de fakkel van de legendarische meester over. Met het jubileumconcert ‘Das ist Musik!’ viert hij op 21 september in de Jaarbeurs in Utrecht het tienjarig bestaan van zijn eigen Egerländer Musikanten. “Ik heb 26 jaar de stijl en sound van Mosch mogen ervaren. Logisch dat je die ervaring dan op je eigen orkest gaat overbrengen. Ik ben er trots op dat ik met mijn orkest in Nederland de muziek van Ernst Mosch al tien jaar mag laten voortleven en hoop er nog zeker tien jaar mee door te gaan.”


“Links, twee, drie, vier! Links, twee, drie, vier!” Als zoon van een marineman kreeg Herman Engelbertinck op jeugdige leeftijd het marcheren op onorthodoxe wijze bijgebracht. “We hadden vroeger thuis het café ‘Marinus van de Plag’, genoemd naar de bijnaam van mijn vader. Hij liet me door het café marcheren, de ene deur uit, buiten om de hoek van het café de andere deur weer in. Zo heb ik leren marcheren.”
Het etablissement van zijn vader, waar de humor hoogtij vierde, vormde niet alleen een leerschool voor de marsdiscipline, maar was ook de plek waar de muzikale carrière van Herman Engelbertinck in de grondverf werd gezet. Zijn vader was behalve marineman ook muzikant bij muziekvereniging Semper Crescendo in Oldenzaal. Die muzikale vonk sloeg al op jonge leeftijd over op zijn zoon. “Als klein jongetje hoorde ik de clown van het circus Boltini op trompet ‘Oh, mein papa’ spelen. Dat heeft zo veel indruk op mij gemaakt, dat wou ik later ook!”
Als achtjarige liet Herman de cafébezoekers versteld staan van zijn muzikale aanleg. Maar op de eerste repetitie bij Semper Crescendo kwam hij er al achter dat talent alleen niet genoeg was om te slagen in het muziekvak. “Ik mocht voor het eerst mee spelen met het grote orkest. Had heel goed geoefend en wilde wel even laten horen wat ik kon. Languit met de benen over elkaar speelde ik mijn partij mee, toen dirigent Albert Sommer afsloeg. Ik dacht dat hij me een compliment wilde geven. Maar nee: ik kreeg een fikse uitbrander omdat ik zo onderuitgezakt zat te spelen. Dat moment is me altijd bijgebleven. Nu ik zelf dirigent ben weet ik hoe ongeïnteresseerd het uitziet als muzikanten wat op hun stoel hangen. Een muzikant in mijn orkest zal dat nooit doen.”
Na die leerzame vuurdoop ontpopte Herman Engelbertinck zich als een uitstekende muzikant. Hij was erbij toen Semper Crescendo eind jaren vijftig met 118 van de 120 punten behaalde op een concours in Eibergen. Hij schakelde over van trompet op schuiftrombone omdat hij voor zichzelf op dat instrument een grotere toekomst zag. Die gok pakte prima uit. Nog voordat hij zijn conservatoriumopleiding had voltooid, had hij al een vaste baan bij de Marinierskapel te pakken. Met plezier denkt Herman terug aan zijn tijd bij de Oldenzaalse harmonie. “Ik heb het geluk gehad dat ik destijds bij dit orkest ben begonnen. Semper Crescendo maakte muziek op hoog niveau. Altijd in de hoogste afdeling. We hadden twee keer per week repetitie. Iedereen was altijd aanwezig. Albert Sommer was een uitstekende dirigent. Hij eiste discipline, iets wat ik later ook bij de Marinierskapel en zeker ook bij Mosch terugzag. Zonder discipline kom je nergens.”
Ook bij de Marinierskapel kwam Herman uitstekend uit de verf. Met een solo tijdens een plaatopname van de Mariniers met de Dutch Swing College Band trok hij de aandacht van Ernst Mosch, die ons land bezocht voor de uitreiking van een Edison. Mosch benaderde hem om als baritonspeler zijn Egerländer Musikanten te komen versterken. Herman hoefde niet lang na te denken over het aanbod. “Spelen in het orkest van Ernst Mosch was voor mij het hoogst haalbare”. Zo’n 26 jaar trok Engelbertinck met de Koning van de Blaasmuziek naar alle uithoeken van de aarde. Een zeer succesvolle en enerverende periode die resulteerde in ruim duizend concerten, meer dan 40 miljoen verkochte platen, tv-optredens in ruim veertig landen en 29 gouden, platina en diamanten platen.
Herman: “Het was de mooiste tijd uit mijn leven. Zowel muzikaal als organisatorisch heb ik er erg veel van geleerd. In de hoogtijdagen van Ernst Mosch gaven we 200 concerten per jaar. Tien dagen op tournee, tien dagen thuis en dan weer tien dagen op tournee. Een mooier baantje bestond niet! Spelen met fantastische muzikanten onder leiding van een heer en meester die wist waar hij het over had.” Vele
momenten uit die periode hebben bij Herman een onuitwisbare indruk achtergelaten. Zoals de concerten in het voormalige Oost-Duitsland nog voor de val van de muur. “Die mensen hadden deze muziek nooit kunnen beluisteren. Veel teksten van Mosch gaan over ‘Die Heimat wo unsere Wiege stand’, ‘Verlorene Liebe’, ‘Egerland Heimatland, möcht dich einmal, einmal wieder seh’n’. De hele zaal met 3000 bezoekers was aan het huilen. Dat heeft zeer veel indruk op mij gemaakt. Het valt niet mee om dan je partijtje nog goed te spelen.”
Ernst Mosch heerste over zijn gezelschap als een veldheer over zijn troepen. Hij zorgde voor een goede sfeer binnen het orkest, maar ook voor een perfecte muzikale presentatie. “Ik kan me niet één concert herinneren waar met de pet naar gegooid werd. Ieder concert vlogen de stukken er van af. Het parool van Mosch was: we spelen niet voor vanavond, maar voor volgend jaar. Als we nu niet de sterren van de hemel spelen, komen de mensen volgend jaar niet meer terug. Die instelling zie ik tegenwoordig bij veel beroepsorkesten niet meer terug.”
Engelbertinck bewonderde zijn orkestleider niet alleen als musicus, maar respecteerde hem ook als mens. “Als musicus was hij fenomenaal. Hij speelde vroeger trombone bij het orkest van Erwin Lehn. Ik heb diverse opnames van hem gehoord. Voor die tijd was dat zeer hoogstaand. Als mens leefde Mosch zuinig. Ik kan dat ook wel verklaren. Hij had vroeger helemaal niets. Kwam gewond uit de oorlog. Heel Duitsland lag in puin. Er was niets. Aan een avondje uitgaan met muziek was weinig behoefte. Voor een muzikant was de werkgelegenheid schaars. Hij speelde wat in Amerikaanse clubs voor de peuken die nog in de asbakken lagen. Dat zou met de tijd veranderen: hij had miljoenen op de bank staan, maar gaf ze niet uit. Het enige waar hij veel geld aan uit gaf, was aan duiven. Dat was zijn grote hobby. Ik heb eens voor hem op een veiling in Zundert twee duiven moeten kopen. Ik mocht onbeperkt bieden. De ene duif kwam op 55.000 gulden, de andere op 60.000 gulden. Ik moest ze per auto naar zijn woonplaats Unter-Germaringen brengen. Het was snikheet die dag. Onderweg ben ik nog gestopt omdat ik geen gekrabbel meer hoorde. Ik heb ze met hun kop in een bak water geduwd. Drinken zouden ze! Stel je voor, ik kom aan en moet zeggen: “Herr Mosch, Toif ist Tot.” Het liep gelukkig goed af. Het was voor mij een mooie dag. Mosch betaalde me uit in Duitse Marken in plaats van in guldens. Een winst van tien procent.”
Toen Ernst Mosch om gezondheidredenen in 1997 besloot de voet van het gaspedaal te halen, besloot Herman Engelbertinck de leemte die zijn beroemde orkestleider naliet op te vullen. Hij richtte zijn eigen Egerländer Muzikanten op. Zo’n tien keer per jaar laat hij in Nederland met voornamelijk originele Egerländer en Böhmische werken de herinneringen aan Ernst Mosch voortleven. Voor de optredens verzamelt hij professionele musici uit Nederlandse blaas- en symfonieorkesten om zich heen. “De mogelijkheden om in Duitsland op te treden zijn beperkt, hoe graag ik dat ook zou willen. Mijn muzikanten hebben ook nog hun eigen werk en kunnen niet zomaar een paar weken op tournee. Ik heb helaas niet de macht van Mosch: die belde de dirigenten van de beroepsorkesten op met de vraag of zij hun beste muzikanten vrij konden geven om met hem op tournee te gaan. Geen dirigent die hem weigerde.”
Ook in Duitsland gingen oud-muzikanten van Ernst Mosch na diens dood in 1999 verder als Egerländer Musikanten. Op de vraag welk orkest gezien wordt als de officiële voortzetting van de Egerländer van Ernst Mosch antwoordt Herman: “Wat is officieel? Toen Ernst Mosch overleed, is er een clubje muzikanten verder gegaan onder de naam: Die Egerländer Musikanten, Das Original. De bezetting is een stuk kleiner, waarschijnlijk om de kosten te drukken. De baritonspeler is tevens orkestleider. Uit respect voor Mosch, zeggen ze, staat er geen dirigent voor. Dat vind ik jammer, want dan mis je juist de wisselwerking tussen dirigent en orkest. De bezetting van mijn orkest is wel origineel.”
Ook het karakteristieke geluid van Ernst Mosch klinkt door in het orkest van Herman Engelbertinck. “De euforie van een mars zoals ‘Der Falkenauer’ afgewisseld met de ingetogenheid van een werk zoals ‘Der Böhmischer Wind’. Dat soort tegenstellingen spreken me aan. En het publiek schijnbaar ook, want je kunt bij het slotakkoord een speld horen vallen.”
Veel harmonieën en fanfares hadden vroeger een eigen Tiroler- of Egerländerkapel. Met de terugloop van tradities zoals Frühshoppen en Beierse avonden is het aantal blaaskapellen drastisch afgenomen. Volkstümliche muziek worstelt bovendien met een oubollig imago. Toch vreest Herman Engelbertinck niet dat de Egerländermuziek op termijn met uitsterven wordt bedreigd. “Nee, nooit. Als je het goed doet, zal er altijd publiek voor zijn. Van een teruggang merk ik niets. Mijn concerten worden alsmaar drukker bezocht. We spelen hoogstaande blaasmuziek en mensen hebben er veel geld voor over om daar in een theater van te genieten. En ach ja, tegen lieden die dit genre bestempelen als hoempapamuziek kan ik alleen maar zeggen: ik kan wel een stoot van een ezel verdragen.”
Naast het leiden van zijn Egerländer Musikanten runt Herman Engelbertinck ook nog een verhuurbedrijf in podia, licht, geluid en stoelen. Tal van grote artiesten en popacts gaven concerten en shows op de planken van QPO Verhuur. “Daar ben ik in 1975 mee begonnen toen ik in Nederland een concert van Ernst Mosch organiseerde. Omdat ik geen gekoppelde stoelen had, kreeg ik problemen met de brandweer. Ik heb toen zelf gekoppelde stoelen gemaakt met een bijbehorend podium. Dat idee heb ik later doorontwikkeld in een systeem waarmee ik podia onbeperkt kon uitbreiden. Ook ontwierp ik een podiumwagen waarmee ik meteen ook 3000 stoelen kon vervoeren.”
Op 21 september viert Herman Engelbertinck op grootse wijze het tienjarig bestaan van zijn Egerländer Musikanten. De Jaarbeurs in Utrecht zal dan voor het eerst in haar bestaan het decor zijn voor een blaasmuziekconcert. De voorbereidingen zijn al maanden in volle gang. “Het wordt een spectaculaire avond. Alle technische en muzikale hoogstandjes van de afgelopen tien jaar komen voorbij. En natuurlijk staan de nodige verassingen te wachten.”
Hoewel met zijn bestaan als musicus en organisator zijn grote jeugddroom in vervulling is gegaan, blijven er ook voor Herman Engelbertinck nog wensen over. “Ik zou graag nog eens in Duitsland op tournee willen gaan. Mijn grote voorbeeld is André Rieu. Door iedereen vroeger verguisd en uitgelachen. Ik heb groot respect voor de manier waarop hij zijn concerten organiseert en uitvoert. Hij heeft het lef gehad om een megaconcert te geven in Wenen. Nota bene in het hol van de leeuw heeft hij de hele klassieke wereld een draai om de oren gegeven. Heerlijk! Hut ab! Dat hoop ik ook nog eens ooit te bereiken. Als ik tien miljoen zou winnen, kocht ik alle muzikanten uit en zou ik al dat geld aan concerten spenderen.”

Kent u ook iemand die net zoals Herman Engelbertinck na zijn amateur-loopbaan het avontuur zocht in de professionele klassieke of lichte muziekwereld, geef dan zijn of haar naam, adres of telefoonnummer met en korte biografie door aan: frank.vergoossen@home.nl


© Music & Show

naar boven


Streekgids
zondag 25 maart 2007
De Bron volledig gevuld tijdens Egerländer concert
GROENLO – Het is dit jaar tien jaar geleden dat Herman Engelbertinck zijn ‘Egerländer Musikanten’ oprichtte. Herman Engelbertinck reisde 26 jaar over de hele wereld met het orkest van zijn leermeester ‘Ernst Mosch und seine Original Egerländer Musikanten’.

Foto: Marcel Houwer
In 1997 stelde Engelbertinck uit topmusici zijn eigen orkest samen. In het orkest, dat bestaat uit 22 muzikanten, waaronder twee vrouwen, speelt zelfs een oud Grollenaar, Erik Hilferink die nu woonachtig is in Leiden en Berry Tanck uit Lievelde.
Het orkest stond zondagmiddag op de bühne van het Cultureel Centrum de Bron in Groenlo.

De 370 aanwezigen, die aan 6 lange rijen tafels zaten, hoorden ruim tweeënhalf uur Egerländer muziek van ongeëvenaard hoog niveau. De bekende stukken zoals; 'Böhmischer Wind', ‘Egerland Heimatland’, ‘Rosamunde’ en Der Haupmann von Köpenick kwamen allemaal voorbij.


Foto: Marcel Houwer
Engelbertinck dirigeerde, maar zong ook samen met Marleen Tiggeloven en Geert Sprick tijdens het optreden. De middag werd gepresenteerd door Flügelhorn blazer Geert Sprick.

Op vrijdag 21 september geeft Herman Engelbertinck und seine ‘Egerländer Musikanten’ een ubileumconcert in de jaarbeurshal in Utrecht. Bezoekers van de Bron konden zondagmiddag een formulier invullen en maakten daarbij kans op drie vrijkaarten voor dit concert. Uit Groenlo was Arjan de Haan de gelukkige.

25-3-2007
Gepost door:
Bron: www.streekgids.nl

S t r e e k g i d s . n l © 2002-2007 Alle rechten voorbehouden.

naar boven


De Gooi- en Eemlander
donderdag 16 november 2006
'Het plezier straalt er vanaf'
Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten in De Speeldoos
Misschien is Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten wel het beste blaasorkest in de wereld. Maar ten westen van Arnhem wordt op zo'n mededeling hoogstens met enig schouderophalen gereageerd: Het zou wat: 'hoempamuziek in Lederhosen'.
Herman Engelbertinck wordt een beetje verdrietig om een dergelijke reactie. „Kom zondagmiddag naar De Speeldoos in Baarn, zegt hij. „En je weet beter.
De 61-jarige Herman Engelbertinck volvoert goedmoedig, doch vastberaden een opdracht die hij zichzelf heeft gesteld: de Egerländer muziek levend te houden! Tot nog toe lukt hem dat aardig. Voornamelijk door optredens in Duitsland en in het oosten van ons land. In de Arnhemse Rijnhal trok hij sinds 1993 bijna jaarlijks telkens duizenden bezoekers. In het westen van het land krijgt hij echter weinig gelegenheid om met zijn 22 man en vrouw sterke orkest de uit Tsjechië ( de Eger is een Tsjechische rivier) afkomstige volksmuziek te laten klinken. Zijn Egerländer Musikanten speelden enkele jaren geleden op een zondagmiddag in de tuin van kasteel Ter Horst in Loenen, maar eerder of later zijn ze nooit in deze contreien geweest.

Foto: Ellen ten Bokum

Herman Engelbertinck is zonder overdrijving een van de grootste kenners van de Egerländer muziek. „Ik heb van 1971 tot 1995 trombone gespeeld in het orkest Ernst Mosch und seine Original Egerländer Musikanten, verklaart hij: De Tsjech Ernst Mosch is de ongekroonde koning van deze muziek. De voormalige jazzmuzikant arrangeerde polka, wals en marsen van Tsjechische- Südeten Duitse volksliedjes tot Egerländer muziek voor zijn in 1956 operichte orkest. Meer dan vijftig miljoen lp's en-cd's verkocht Mosch. In 1971 kwam hij naar Nederland om een Edison op te halen, de hoogste platenonderscheiding in ons land. Toen ontmoette hij ook Herman Engelbertinck. De geboren Oldenzaler was na een conservatoriumopleiding lid geworden van de Marinierskapel van de Koninklijke Marine. De kapel speelde op het Edison-gala. Na afloop gaf Engelbertinck aan Mosch een lp van de Marinierskapel met de Dutch Swing College Band.
„Ik speelde daarop en trombone solo, zegt Engelbertinck, ,,Mosch heeft die waarschijnlijk beluisterd, want kort daarna vroeg hij of ik in zijn orkest kwam spelen. Esrst alleen voor lp-opnamen, maar na een paar jaar als vast orkestlid. Ik heb honderden tournees gemaakt, tot zelfs door Amerika, waar ik met het orkest zelfs in de Carnegie Hall in New York heb gespeeld. Al doende kreeg Engelbertinck het zwaar te pakken van de Egerländer muziek. Toen Mosch die in 1997 overleed, in 1995 wegens gezondheidsproblemen zijn orkest ophief, was Herman Engelbertinck een verweesd man. Maar niet lang, want in 1997 richtte hij zijn eigen orkest op, gemodelleerd naar het orkest van zijn leermeester: Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten.
Met trots zegt hij: ,,In mijn orkest spelen uitsluitend topmusici. Hij koos enkele Mosch-musikanten naast musici uit het Metropole Orkest (onder meer trompettist Jan Wessels), het Gelders Orkest, de Mariniers- en de Luchtmachtkapel. „Egerländer muziek stelt zulke hoge eisen, legt Engelbertinck uit, „om die goed te laten klinken heb je dus ook topmuzikanten nodig. En net als met jazz kan niet iedere musicus Egerländer muziek spelen. Het moet bijvoorbeeld precies op de tel. Als je dat niet doet, lijkt het of de muziek voorover valt.
Engelbertincks orkest wordt beschouwd als de top in dit genre. Anders hoeft het voor de leider ook niet.
Maar leven van deze muziek kan hij niet. Daarom heeft hij een lucratiever nevenberoep. Hij is namelijk ook organisator, en verhuurder van zelfontwikkelde stoelen, mobiele podia en geluidsapparatuur. „Ik heb alle shows van Lee Towers in Ahoy Rotterdam gedaan, zegt hij.
De Speeldoos heeft een podium en stoelen, maar Engelbertinck neemt zondag wel zijn eigen geluidsinstallatie en geluidstechnicus mee: Een perfect orkest moet perfect klinken! „Wie ons eenmaal gehoord heeft, komt een volgende keer opnieuw, beweert Engelbertinck. Die bezoeker is dan ook subiet genezen van het vooroordeel dat Egerländer Musik het best gedijt bij telkens gevulde literglazen bier. Maar blij word je er wel van. „Ook bij mijn muzikanten straalt het plezier er van af, zegt Herman Engelbertinck.

KLAAS KOOPMAN

Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten in De Speeldoos Rembrandtlaan 35, Baarn,,zo 19 nov, 15u. Entree: €20: Reserveren via tel. 035-54180 50.
Voor meer info:www.egerlandermusikanten.nl.


© De Gooi- en Eemlander

naar boven


Barneveldse Krant
dinsdag 14 november 2006
Engelbertinck trekt westwaarts

Werken Mosch te beluisteren in Baarns theater

BARNEVELD - Dat Barneveld een bijzondere orkestleider rijk is, moet onderhand genoegzaam bekend zijn. De uit Oldenzaal in Twente afkomstige Herman Engelbertinck vestigde zich een aantal jaren geleden in onze gemeente en heeft intussen zijn draai samen met zijn levenspartner Danielle Elsinghorst aardig gevonden.

Naast het vele werk van inrichten en opbouwen van theatervoorstellingen ziln ze ook professionele uitvoerende musici. Herman is jarenlang werkzaam geweest bij de Marinierskapel en vervolgens 26 jaar lang bij het wereldberoemde orkest van Ernst Mosch und seine original Egerlander Musikanten, waarmee hij de hele wereld overtrok. Zo trad hij bijvoorbeeld op in de beroemde Carnegie Hall in New York.


Foto: Ellen ten Bokum

De Egerländer muziek had hem vanaf het begin dat hij Ernst Mosch ontmoette zo gegrepen dat hij zelfs zijn baan bij de Marinierskapel opgaf om zich geheel te wijden aan deze soort muziek. De typische klank van deze muziek vindt zijn oorsprong in het Egerland, de landstreek in Bohemen in het grensgebied van Tsjechië en Duitsland genoemd naar de rivier de Eger. De hoofdplaats droeg tot het eind van de tweede wereldoorlog ook de naam Eger, maar deze grensstad in Tsjechië draagt nu de naam Cheb.
Na diverse amateursgezelschappen geleid te hebben kwam Herman Engelbertinck op het idee om zelf een orkest samen te stellen die de sound van Mosch zou kunnen voortzetten. In de loop der jaren verzamelde Herman in een archief namen en de daarbij behorende instrumenten van beroepsmusici die in diverse orkesten werkzaam zijn, zoals onder meer de Marinierskapel en het Metropole Orkest.
Ieder jaar zorgt vooral Daniëlle ervoor dat uit de musici voor de diverse uitvoeringen een band wordt samengesteld van zo'n twintig personen in de bezetting zoals Mosch die voorstond. Omdat niet altijd dezelfde personen beschikbaar zijn, kan de bemensing per concert dus verschillen, maar allen spelen in de traditie van Mosch.
Zowel Herman als Danielle spelen beiden belangeloos mee in het Barnevelds Philharmonisch Orkest en Danielle geeft zelfs lessen aan jonge leden van de Harmonie. Herman Engelbertinck is een figuur die niet alleen qua postuur en door zijn kledendracht tijdens de concerten opvalt, maar die zijn bevlogenheid tijdens het concert met geweldige lichaamstaal uitstraalt naar zijn orkestleden.
Aanvankelijk waren de concerten, waaronder ieder najaar een topper in de Rijnhal in Arnhem geconcentreerd in het oosten het land, maar dit jaar voorhet eerst is er een optreden in onze regio, namelijk op zondag 19 november in theater De Speeldoos in Baarn, Rembrandtlaan 35, 035-5420847.
Het is dit jaar precies vijftig jaar geleden dat Ernst Mosch zijn orkest oprichtte. Dit concert is dan ook als hommage bedoeld door Engelbertinck aan zijn in 1999 overleden leermeester. Het concert vangt om 15.00 uur aan en de toegangsprijs is € 20. Voor meer informatie: www.egerlandermusikanten.nl

HENK VAN HERNEN

©Barneveldse Krant

naar boven


Baarnsche Courant
8 november 2006
Zondag 19 november
Herman Engelbertinck und seine
Egerländer Musikanten

De Speeldoos te Baarn, aanvang 15.00 uur


Stunden die man nie vergißt
Dit jaar is het 50 jaar geleden dat Ernst Mosch zijn Original Egerländer Musikanten oprichtte. Het blijkt dat na zovele jaren deze muziek nog steeds door vele mensen een warm hart wordt toegedragen. Als eerbetoon draagt Herman Engelbertinck dit concert op aan zijn grote leermeester Ernst Mosch.
Ernst Mosch, ’De koning van de blaasmuziek’, richtte in 1956 zijn orkest Die Original Egerländer Musikanten op.

Baritonist Herman Engelbertinck reisde 26 jaar over de hele wereld met Ernst Mosch und seine Original Egerländer Musikanten.
Herman Engelbertinck stelde in 1997 uit topmusici zijn eigen orkest samen in de originele bezetting van Ernst Mosch, waarmee hij u trakteert op onvergetelijke Egerländer-muziek van ongeëvenaard hoog niveau. U hoort heerlijke polka’s, walsen, marsen en tango’s.
Uren om niet te vergeten.
Op 19 november in de Speeldoos: het beste blaasorkest sinds Ernst Mosch.
Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten presenteren prachtige nummers, waarbij bekende titels als ’Böhmischer Wind’, ’Egerland, Heimatland’ en ’Rosamunde’ natuurlijk niet zullen ontbreken. Met zijn jarenlange muzikale ervaring weet Engelbertinck het enthousiasme over te brengen op zijn orkest en bereikt daarmee de onvergetelijke sound van Ernst Mosch, zoals deze in de jaren zestig werd gespeeld. Een spetterende middag die u niet mag missen.
Aanvang: 15.00 uur.
Entree: e 20,00. Kaarten:
reserveren via (035) 542 08 47.

© Baarnsche Courant

naar boven


De Twentse Courant Tubantia
9 maart 2006

Tijdens hun concert zondag in het
Theaterhotel te Almelo presenteren Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten de vierde CD: Goldene Musik.
'De muziek van Ernst Mosch moet levend gehouden worden'.

'Het is de liefde
voor de muziek'


Foto ELLEN TEN BOKUM

Door TON OUWEHAND

- Er is nog steeds een Count Basie Band en er zijn zelfs enkele Glenn Miller Orchestra’s. Heeft u ooit overwogen om uw orkest Ernst Mosch und seine Egerländer Musikanten te noemen?
‘Nee absoluut niet. Om de eenvoudige reden dat ik Ernst Mosch niet ben. Ik ben Herman Engelbertinck. Ernst Mosch was een fenomeen. Hij was mijn leermeester. Ik heb het geluk gehad dat ik 26 jaar bij hem heb mogen spelen. Zijn muziek moet levend gehouden worden. Maar om mijn orkest Ernst Mosch te noemen, geen haar op mijn hoofd die daar aan gedacht heeft.’

- Het lijkt erop dat het goed loopt met uw orkest?
‘In alle bescheidenheid: ik ben buitengewoon tevreden. Er komen mensen naar de schouwburg die er geld voor hebben betaald. Ze gaan zitten van: zo Engelbertinck, laat het maar eens horen. Als het niet goed is gaan ze na een half uurtje joelen en fluiten. Maar ik krijg ze zover dat ze na afloop zeggen dat ze een fantastisch mooie middag hebben gehad. De mensen zijn tevreden, ze kopen cd’s.’

- Had u het verwacht?
‘Ik heb gezegd dat ik het zou proberen. Als je het niet probeert weet je het ook niet. Het was een avontuur toen we in 1997 begonnen. In Nederland gaan blaasorkesten niet in een theater zitten. Ik heb het uitgeprobeerd en het is me gelukt.’

- Met welk doel bent u eraan begonnen?
‘Ernst Mosch was overleden. En voor mij was hij een levensbehoefte geworden. Niet alleen financieel, ook muzikaal. Ik vond dat die muziek moest blijven klinken. Ik moest het doorgeven. En hoe kun je het beter doorgeven dan door zelf een orkest op te richten met goede muzikanten.’’

- Was het moeilijk de juiste muzikanten te vinden?
‘Voor mij was dat gemakkelijk omdat ik in die wereld zit. Ik ken Jan Wessels, Cyril van Poucke, Geert Sprick, Holger Müller en Hans Schippers. Ik heb er musici van Het Gelders Orkest bij, van de Marinierskapel, van Luchtmachtkapel. Dat gaat niet van: wat levert het op? Het is de liefde voor de muziek. Ik ben onlangs in jazzpodium De Tor geweest. Daar speelde Jan Wessels als solist bij de Dual City Concert Band. Fenomenaal. Dan ben ik ontzettend trots als een dat zo’n talent bij mij tweede flügelhorn wil spelen. Dat ik zulke goede muzikanten in mijn orkest heb zitten. Maar het gaat erom dat ze aan deze muziek plezier beleven. Als je geen lol hebt aan deze muziek, moet je het niet spelen.’

- Speelt u zelf nog?
‘Niet in het orkest. Dat dirigeer ik. En af en toe zing ik wat met Geert Sprick en met de zangeres. Ik speel wel tuba, maar dat doe ik in de harmonie van Barneveld.

- U staat ook geregistreerd als uitvinder. Heeft u recentelijk nog wat uitgevonden?
‘Ik heb er weer een paar pantentjes bij gekregen. Ik heb een stoelsysteem ontwikkeld die je in sporthallen kunt gebruiken. Stoelen die je heel snel kunt opbouwen en afbreken. In een uur en veertig minuten kan ik in mijn eentje vierduizend stoelen opstellen. En het afbreken kan ik ook in die tijd. Ik heb die stoelen in China besteld. De container komt half april in Nederland. De bedoeling is dat ik dat ga verhuren en verkopen.
Ik stel me er veel van voor. Maar ik vind ‘uitvinding’ een groot woord. Ik zie het zelf zo dat ik praktische oplossingen probeer te bedenken. Ik denk vaak: dat moet handiger kunnen. Ik heb voor de harmonie een podium van piepschuim gemaakt. In vijf minuten kun je het podium afbreken. Iedereen kan zo’n blok meenemen. Ook dames. Het lijkt nergens op, maar het werkt als een tierelier.’n

Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten,
zondag om 15.00 uur, Theaterhotel Almelo.


© Twentsche Courant/Tubantia

naar boven


De Stentor
28 november 2005

Egerländer festijn met Herman Engelbertinck
door HANS INVERNIZZI
28 NOVEMBER 2005 - ZWOLLE
Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten. Odeon, 27/11.
Nog te zien: Kasteel ter Horst, Loenen (2/7).

De absolute top in Egerländer muziek was het orkest van Ernst Mosch, de in 1999 overleden musicus die er zijn leven aan wijdde. In de 60-jarige Herman Engelbertinck uit Oldenzaal heeft Mosch een waardige opvolger gevonden.

De kwart eeuw die Herman als muzikant met grondlegger Mosch over de aardbol toerde, heeft zijn sporen nagelaten in de aanpak van de zingende dirigent. Op het repertoire staan tal van Mosch-composities.

Qua bezetting met hoofdzakelijk koper, een beetje hout en slagwerk is Engelbertincks in 1997 opgerichte band identiek aan die van Mosch. Ook de uitmonstering van de achttien orkestleden is in stijl. De Egerländer blaasmuziek, die zijn oorsprong vindt in het stroomgebied van de rivier de Eger, is Beiers met Tsjechische invloed. De stad Eger (Cheb zeggen de Tsjechen) ligt pal bij de Duitse grens.

Twente

De Egerländer ‘sound’ is populair in Twente. Veel amateurs beoefenen het genre. Debet daaraan was de vader van Herman, die bekend werd als de humoristische cafébaas Marinus van der Plag en promotor van de Beierse klanken. Op de speellijst staat immer de ode die Herman aan zijn vader wijdde. Verder een reeks bij de liefhebbers bekende stukken: strak gearrangeerde marsen, walsen en polka’s.

Het is goed te horen dat Engelbertinck de beste blazers in zijn groep heeft verzameld. Het technisch niveau ligt bijzonder hoog.

Een uitblinker is de enige vrouw in het gezelschap, baritonhoorniste Daniëlle Elsinghorst. Ze soleert in de ‘Bayerische Polka’ op trombone. Een fenomenaal staaltje van instrumentbeheersing. Het valt sowieso op hoe gedisciplineerd er wordt gemusiceerd. Dat gaat in het begin ten koste van de spontaniteit. De zang van Herman en vocaliste Anne Roos klinkt ook aanvankelijk wat stijfjes. Gaandeweg komen de Egeländer Musikanten lekker los en krijgt de zaal zin in meeklappen en -zingen. Eenmaal op gang schept Engelbertinck een festijn met die ontspannen sfeer van bierovergoten vrolijkheid, die kenmerkend is voor Beieren. Na een ‘spontaan’ bezoekje van Sint Nicolaas is het feest bij de Zugabe, publiekslieveling ‘Rosamunde’.

De Stentor | 28-11-2005 | Cultuur Zwolle
Copyright © 2005 De Stentor - alle rechten voorbehouden

naar boven


Extra Nieuws
14 maart 2006
Eerste concert 2005 Herman Engelbertinck succesvol

Almelo- Herman Engelbertinck en zijn
Egerländer Musikanten mochten zich
zondagmiddag verheugen op een bom-
volle zaal van het Theaterhotel in Almelo.

Het was een eerste concert in een reeks van 12. Hij trakteerde het publiek op Egerländermuziek op hoog niveau. Een nieuw gezicht in het orkest was markante drummer Anton Nijen-Es. Geert Sprick presenteerde met verve de verbindende teksten. Een aanrader voor een middagje gezellige muziek.

© Extra

naar boven


De Telegraaf/Twente Vandaag
10 maart 2005
Herman Egerländer terug in Twente
ALMELO – Ze zijn een begrip in Oost-Nederland: Oldenzaler Herman Engelbertinck en zijn Egerländer Musikanten. Zondag 13 maart keren ze opnieuw terug naar Twente. Ditmaal vult het razend populaire blaasorkest het Almelose Theaterhotel met volksmuziek.

Hij reisde decennia lang de wereld rond als lid van ’s werelds beroemdste blaasorkest ‘Ernst Mosch und seine Original Egerländer Musikanten’. De formatie verkocht sinds haar oprichting in 1956 al ruim veertig miljoen platen. Geen kinderachtige resultaten. Zeker in Oost-Nederland zijn de muzikanten van de legendarische groep daarom zeer populair. Vrijwel elk optreden in deze regio staat garant voor een uitverkochte zaal en dolenthousiast publiek. ‘Onze professionaliteit zit ‘m in bezielde, hooggekwalificeerde musici en een goed verzorgd concert’, zei Engelbertinck in een eerder interview met deze krant. De Oldenzaler besloot na de dood van Ernst Mosch zelf verder te gaan met het orkest. Hij verzamelde sinds 1997 een groot aantal erkende topmusici om zich heen.

Egerländer muziek is géén hoempapa-muziek, zo benadrukte Engelbertinck. De oorspronkelijke polka’s, walsen en marsen zijn in de handen van muzikant en dirigent Ernst Mosch en zijn orkest bewerkt tot toegankelijke muziekstukken.’ Deze succesvolle gearrangeerde volksmuziek groeide uit tot een duidelijk herkenbare muziekstijl. Het bewijs hiervoor is het bestaan van honderden amateur en professionele Egerländer blaaskapellen in Nederland.’
Ook vorig jaar traden de Egerländer Musikanten op in het Almelose Theaterhotel. De organisatie kreeg volgens zegsman Gé ten Bokum van het orkest zoveel positieve reacties vanuit het publiek, dat ervoor gekozen is het blaasorkest opnieuw in het programma op te nemen. Zondag 13 maart keren de muzikanten daarom terug in Almelo. Vanaf 14.30 uur worden werken gepresenteerd zoals ‘zum Städtel Hinaus’ en ‘Tango Souvenirs’. Ook wordt een tiental nieuwe nummers opgenomen in de setlist. Voor het optreden zijn nog steeds kaarten te koop.

©De Telegraaf

naar boven


Herman Engelbertinck
regisseur KNFM Grand Gala

Zaterdag 27 november 2004 organiseert de KNFM in het Indoor-Sportcentrum Eindhoven haar eerste Grand Gala, waarbij de regie in handen is van Herman Engelbertinck.

Door Ton Bosz

Het wordt een muzikale kraker van de eerste orde. Een megaoperatie die een strakke leiding vereist. De verschillende touwtjes zullen door de regisseur nauwlettend in de hand worden gehouden. En bij wie zijn die touwtjes beter in handen dan bij de door ervaring gepokt en gemazelde Herman Engelbertinck Herman kwam al vroeg met de muziek in aanraking, omdat zijn vader bekend stond als de muzikaalste caféhouder van de boeskoolstad Oldenzaal. Engelbertinck senior bestierde het bekende café Marinus van de Plag en kleine Herman stond op achtjarige leeftijd zijn muzikale kunsten te demonstreren op het biljart. Vader Engelbertinck stond aan de basis van de Tirolerkapel van Sempre Crescendo in Oldenzaal en bespeelde zowel de saxofoon als het slagwerk. Dat kleine Herman ook was voorbestemd voor een prominente rol in de muziek was dus niet zo verwonderlijk en hij kreeg, vrij uniek voor die tijd, les van de solotrompettist van het Overijssels Filharmonisch Orkest. Van deze professional kreeg de kleine Herman het advies zijn blik te richten op het conservatorium. Dat advies werd opgevolgd en hij kreeg hier de fijne kneepjes van de trombone bijgebracht door Gerrit Boomsma. Dat deze studie succesvol was bleek uit het feit dat Herman op 19-jarige leeftijd werd aangenomen bij de Marinierskapel. Een solo van Engelbertinck tijdens plaatopnamen van de Marinierskapel, samen met de Dutch Swing College band, maakte op de aanwezige Ernst Mosch zoveel indruk dat hij Herman vroeg bij zijn Egerländer Musikanten te komen spelen. Die muzikale carrière beheerste 26 jaar van zijn leven en met Ernst Mosch reisde Herman naar alle uithoeken van de wereld. Honderden concertseries brachten hem overal, tot zelfs in de fameuze Carnegie Hall in New York. Na het overlijden van Ernst Mosch, mei 1999, stopten de activiteiten van zijn orkest en besloot Herman Engelbertinck zijn eigen Egerländer orkest te formeren. En tot op de dag van vandaag genieten immer volle zalen van de prachtige klanken van “Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten”.

Organiseren
De muzikale Engelbertinck kent ook nog een andere kant, namelijk die van organisator. En ook die kwaliteit schrijft hij toe aan de genen van zijn vader. Engelbertinck senior werkte bij een textielfabriek maar zag al vrij snel in dat de vooruitzichten daar geen onbezorgde toekomst konden bieden. Hij mengde zich in de service van een plaatselijk hotel, buiten zijn fabrieksuren werkte hij hier als kelner, hetgeen uiteindelijk resulteerde in een eigen café. Zijn organisatietalent kwam hem hier goed van pas en Herman nam het organisatietalent van zijn vader over. In zijn beginjaren bij de Marinierskapel haalde Herman het landelijk geroemde orkest naar de Plechelmusbasiliek in Oldenzaal, gevolgd door optredens in het nabijgelegen Deurningen. Het organiseren zat hem in het bloed en toen hij was toegetreden tot het gerenommeerde Ernst Mosch ensemble slaagde hij er in dit orkest naar Enschede te halen. Zelfs de datum staat Herman nog in het geheugen gegrift: 5 april 1975. Het betekende voor de wereldberoemde, internationale musici een nieuwe dimensie, want spelen in de, met alle respect, kleinschalige Diekmanhal is iets anders dan musiceren voor een vijfduizend koppig publiek, zoals ze gewend waren. In Enschede werd het Engelbertinck wel duidelijk dat het opzetten van een dergelijke megaklus in een plaatselijke sporthal meer vraagt dan een avondje afspraken maken. Er ontstonden bijvoorbeeld problemen met de brandweer en ook de levering van de benodigde stoelen gaf problemen. “Toen heb ik tegen mezelf gezegd: Herman, dit kan anders”. Engelbertinck sloeg aan het ontwerpen en wist met een plaatselijke fabrikant eigen stoelen te fabriceren die voldeden aan de eisen van comfort en efficiency. Daarna volgden al snel meerdere ontwerpen, zoals bijvoorbeeld een podiumwagen, en met succes. Ook landelijk trokken de ideeën van Engelbertinck de aandacht en meer en meer bepaalde ook de organisatorische kant van concerten een deel van de dagtaak van Herman. Een van de hoogtepunten daarbij vormde het eerste concert van Lee Towers in de Doelen waarbij Engelbertinck de randvoorwaarden voor zijn rekening nam. Dat succes continueerde hij bij de nog immer geroemde megamanifestaties van Lee Towers in Ahoy.

Infrastructuur
“Als mij iets niet zint dan doe ik het zelf”. Het lijkt een simpele constatering maar bij Engelbertinck betekent het gewoon dat het goed geregeld wordt. Podia op luchtkussens, perfect geluid, uitstekend uitgebalanceerd licht, alles wat een concert tot een perfect geheel kan maken wordt door Engelbertinck tot in de puntjes verzorgd. En de gehele organisatie en infrastructuur heeft de bevlogen musicus ondergebracht in zijn bedrijf QPO (Qua Patet Orbis - ‘waar ook ter wereld’) verhuur. En zijn meest bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar het geluid, omdat dit onderdeel van een evenement van cruciaal belang is. Zonder valse bescheidenheid durft Engelbertinck te stellen dat hij het beste geluid met de beste geluidstechnici kan leveren. Het motto “U vraagt, wij draaien” is meer dan van toepassing op Herman Engelbertinck. Daar waar hij eerder zijn kwaliteiten ook internationaal aanbood, beweegt Engelbertinck zich nu meer op de binnenlandse markt. Hij is in staat om bijvoorbeeld de Veluwehal in Barneveld of de Rijnhal in Arnhem om te bouwen tot een volwaardige concertzaal met alle benodigde faciliteiten zodat sterren als Henk Poort en Cor Bakker hier graag komen en terugkomen. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat de KNFM bij het eerste Grand Gala graag gebruik maakt van de professionaliteit van Herman Engelbertinck. “De KNMF was voor haar Grand Gala op zoek naar iemand die kan zorgen voor een podium, voor licht, voor geluid en alle andere benodigde faciliteiten. Ja en dan kom je al gauw bij mij terecht”. Niet zo verwonderlijk, omdat Engelbertinck zowel voor als achter de schermen het klappen van de zweep kent. De opdracht aan Herman luidde ongeveer als volgt: je krijgt achttien verenigingen tot je beschikking en maak er een mooie show van. Nadat Engelbertinck zich op de hoogte heeft gesteld van de mogelijke inhoud van de dag gaat hij aan het werk. Hij neemt de locatie in ogenschouw, maakt een lichtplan, bedenkt de trapsgewijze opbouw van het podium en zet het draaiboek op papier. Ook de aankleding krijgt uiteraard de nodige aandacht en er wordt ruimte gereserveerd voor exposanten. Eigenlijk zorgt Herman Engelbertinck voor de totale infrastructuur die een dergelijk mega-evenement vraagt. Tot in detail wordt het draaiboek geformuleerd, mede aan de hand van de partituren, en op papier gezet. “Duidelijk, helder en meer niet”, dat is de filosofie van Engelbertinck, die ook in zijn omgangstaal zijn Twentse afkomst niet verloochent. “En daar ben ik trots op”. Want als James Last en René Froger het eens zijn over de kwaliteiten van Herman Engelbertinck dan zullen de toehoorders in Eindhoven dat zeker zijn. Maar ook voor de optredende groepen is alles tot in de puntjes verzorgd.

Voor meer informatie over het Grand Gala kunt U terecht op de website van de KNFM (www.knfm.nl) of telefoonnummer 026 445 11 46.

© Music & Show, Knfm

naar boven


Klaverblad
7 juli 2004
Een middagje Egerländermuziek
bij kasteel Ter Horst

LOENEN - Ruim tweehonderd personen, waarvan een aantal trouwe fans, genoten zondag op een unieke plek bij het eeuwenoude Kasteel Ter Horst van een vrolijke middagje Egerländermuziek. Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten brachten voor de fans uit het hele land een fraai programma. Herman kan altijd rekenen op de liefhebbers van deze muziek die hem overal volgen waar hij met zijn orkest optreedt. Ook in Loenen waren ze weer van de partij. Ze smulden van de gezellige muziek op het voorplein van het kasteel.


(foto Ronny te Wechel)

Hoewel dit jaar het Muzikaal Drieluik in de kasteeltuin niet door kon gaan, besloot de kapelmeester toch het jaarlijkse concert met zijn orkest in Loenen te brengen. Op het middenplein voor de trappen van het kasteel bouwde Engelbertinck eigenhandig een podium, zodat het publiek tijdens het concert zicht bleef houden op de voorzijde van het kasteel. De weergoden waren Herman en zijn muzikanten goed gezind. Op een enkel spatje na bleef het droog, zodat het hele programma kon worden afgewerkt. De stemming zat er al spoedig in. Geert Sprick kondigde de nummers aan. De zangpartijen namen Annelies Künz, Geert Sprick en de kapelmeester voor hun rekening. Herman en Annelies zongen samen Rosen sind wie du. Herman zong in het Achterhoeks dialect over Marinus van de Plag, het cafeetje in Oldenzaal, waar hij goede herinneringen aan heeft. Het was ook een ode aan zijn ouders. Fraaie zang van Annelies en Geert viel te beluisteren in het nummer Tangosouvernirs met een aantal evergreens. De kapel bracht vervolgens een serie bekende nummers, zoals de fans dat van hen gewend zijn. Ze kunnen er maar niet genoeg van krijgen! De Anna Polka, Rosmarie, Der Hauptman von Köpenick, Im Rosengarten van Sanssouci en Der Herzensbrecher werden gespeeld en gezongen. Echter: ruimschoots voor het einde werd al geroepen om Rosamunde. Voor de fans is het bekende Duitse nummer het mooiste dat Herman kan spelen en het mag gewoon niet ontbreken. Engelbertinck stelde zijn bezoek niet teleur en bracht als slotnummer dit bekende lied. Hij oogstte hiermee een daverend applaus. Het publiek toonde zich laaiend enthousiast over het optreden van de kapel.
(tekst Martien Kobussen)

©Klaverblad

naar boven


De Stentor
24 juni 2004
Egerländer topmuziek
Wereldberoemd in het Oosten

Het orkest bestaat uit louter topmusici, Herman Engelbertinck zwaait de scepter en samen vormen ze de schatbewaarder van de culturele erfenis van Ernst Mosch, de godfather van de Egerländer muziek. Blaasmuziek in optima forma die zondag 4 juli zal klinken in een openluchtconcert in de tuin van kasteel ter Horst in Loenen. Wollen wir noch eine schöne Polka spielen?

door Henk Waninge

Orkest Links voor

De grens ligt ergens bij Hoevelaken. Daar waar in de vroege middeleeuwen de Saksen van de Franken werden gescheiden en nu volgens de Randstad de provincie begint. Een denkbeeldig, ragdun lijntje weliswaar, maar het bestaat wel degelijk. De waterscheiding openbaart zich in taal en cultuur. Neem alleen al de kennis en appreciatie van Egerländer-muziek.
De-wat-voor-muziek?

'Precies, zo reageren veel mensen in het westen van het land. Die meesten weten van toeten noch blazen tot ze een keer een concert van ons hebben bijgewoond. Begrijpen echt niet waar je het over hebt en komen niet verder dan dijenkletsen en Tiroler-hoedjes. Nou, ik ben geen Bonifatius en ik ga
niet naar het westen om tekst en uitleg te geven. En al helemaal niet naar Hilversum waar cultuurbarbaren dagelijks de ether vervuilen met allerlei rotzooi.'
Priemende, felle ogen, luid volume, breedsprakig, gedecideerd - om Herman Engelbertinck kun je niet heen. Een geboren leiderstype, een man met duidelijke opvattingen. Hij doorspekt zijn Nederlands af en toe met Duitse zinnetjes. 'Duits is ook de voertaal als we repeteren en musiceren. Daar kun je je toch veel beter in uitdrukken. Moet je het volgende eens in het Nederlands vertalen; daar blijft niets van over:
'Drei Tage war der Vati krank,
jetzt sauft er wieder
gottseidank.
'
Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten, een orkest met louter topmuzikanten, zijn wereldberoemd in Oost-Nederland. Altijd volle zalen, duizenden mensen aan lange tafels bij steevast uitverkochte concerten. Waarom hier wel en daar niet?
'Voor een deel laat zich dat verklaren door invloed van de Duitse tv. Toen we nog geen dertig zenders hadden konden de mensen in het oosten wel de ARD en het ZDF ontvangen en daarop worden sinds jaar en dag grote muziekshows uitgezonden,' zegt de in Barneveld woonachtige Engelbertinck, wiens naam tot menig komisch misverstand heeft geleid. Ben u de echte Engelbert Humperdinck?
OORSPRONG
Ondanks de veronderstelde bekendheid in deze contreien zullen hele volksstammen glazig, niet-begrijpend kijken als de naam Egerländer valt. Daarom wil Engelbertinck - de c in zijn achternaam heeft Lee Towers voor hem bedacht, stond chiquer - het verhaal nog wel eens uit de doeken doen.
'Eigenlijk begint dat met de vraag "Wollen wir noch eine schöne polka spielen?". Die werd na de oorlog uitsproken door trombonist Ernst Mosch, de man die deze muziek populair heeft gemaakt, tegen enkele mede-gevluchte Sudeten-Duiters. Dat was het begin van het roemruchte orkest Ernst Mosch und seine Original Egerländer Musikanten. De naam verwijst naar de Eger, een rivier die in Tsjechïe stroomt, in het gebied van de Sudeten-Duitsers.'
Wat de viool voor de zigeuner, de gitaar voor de Spanjaard en kaas voor Holland is, is het blaasinstrument voor de Tsjech.
'Trombone, flügelhorn, bariton, trompet, naast moedermelk krijgen ze het koper met de paplepel ingegoten. Mosch was een grote. Als bandleider/musicus stel ik hem op een lijn met Count Basie, Glenn Miller en James Last. Zijn sound, timing en muzikale opvatting met geniale vertragingen en versnellingen zijn onovertroffen.'
In meer dan veertig jaar heeft Mosch zijn stempel op de blaasmuziek gedrukt met 29 gouden, platina en diamanten platen. Hij verkocht meer dan 42 miljoen platen en cd's en trad in de hele wereld op. 'De Herbert von Karajan van de volksmuziek' werd hij wel eens schertsend genoemd.
MOSCH
De wegen van Mosch en Engelbertinck kruisten elkaar in '71, toen eerstgenoemde een Edison in ontvangst nam. De geboren en getogen Oldenzaler was in die tijd trombonist van de Marinierskapel. Engelbertinck gaf Mosch na de ontmoeting op het gala een elpee mee, waarop hij op een van de nummers een solo speelt. Mosch ('alle Holländer sind gute Musikanten') was onder de indruk en nodigde hem uit in zijn orkest te komen spelen. Engelbertinck hoefde niet lang na te denken, de Marinierskapel kon op zoek naar een nieuwe trombonist.
Met Mosch gaf hij duizenden concerten over de hele wereld. ('Overal word je met alle egards ontvangen, behalve in Nederland'). Het einde aan de 26-jarige samenwerking kwam in '97 toen hij zijn eigen orkest oprichtte. Twee jaar later overleed Mosch, in de wetenschap dat zijn culturele erfenis
in goede handen was, temeer daar een deel van zijn muzikanten naar Der Herman was overgestapt.
WEEMOED
'Der Hauptmann von Köpenick', 'Gerne denk ich an die schönen Jahre', 'Egerland, Heimatland', 'Der Wind singt dir ein Liebeslied', 'Donaudampfschiffahrtgesellschaftskapitän', de titels geven een indicatie
vanuit welke hoek de muzikale wind waait. Onder de Egerländer-vlag vallen diverse (dans)stijlen; polka's, tango's, walsen en marsen, waarbij in veel nummers een weemoedig verlangen doorklinkt.
'Denk nu niet dat het eenvoudige hoempapa-muziek is. Een goed ontwikkeld ritmisch gevoel en een juiste timing zijn een must. Bij Egerländer muziek moet je precies op de tel spelen. En dat met 22 man tegelijk. De meeste muzikanten kunnen dat niet.
Ook voor sommige beroeps, van het Concertgebouworkest en de Berliner Philharmoniker, is dat een grote opgave.'
Engelbertinck laat zich dan ook omringen door de beste musici, afkomstig van het Metropole Orkest, Het Gelders Orkest en de Marinierskapel. Hoe goed ook, er is maar een kapitein op het schip. Hij deelt de lakens en zet de lijnen uit. Is er dan nooit iemand die met hem in discussie gaat? Engelbertinck
lacht fijntjes: 'Het komt maar zelden voor dat iemand een beter idee heeft.'
En wie niet voor honderd procent gemotiveerd is, klaagt over teveel optredens, zich niet aan de gemaakte afspraken houdt of te laat komt kan ook zijn biezen pakken. Of om met Engelbertinck te spreken: 'Die donder ik het
orkest uit.'

Concert Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten:
zondag 4 juli, 14.00 uur, kasteel Ter Horst, Hoofdweg in Loenen.
Info: www.egerlandermusikanten.nl of 0342-478983 ticketlijn.

© De Stentor

naar boven


De Telegraaf
27 mei 2004
Egerländer Muzikanten musiceren tegen stroom in:

Onbekend,
maar niet
onbemind...

door HERMAN DE HAAN

Ongekend populair en toch nog zo onbekend. Dat lijkt het paradoxale lot van Herman Engelbertinck en zijn Egerländer Muzikanten. Het blaasorkest van Engelbertinck is in Oost-Nederland een begrip als het gaat om Duitse Volksmuziek. Maar waarom is de rest van Nederland nog niet door de Egerländer Muzikanten veroverd?

Volgens Engelbertinck komt het omdat we in Nederland vooral Engels georiënteerd zijn. Maar in grotere mate omdat 'Hilversum' stelselmatig weigert volksmuziek te draaien. “Ze lachen ons gewoon uit als we hen benaderen. De gedachte dat ze op de radio onze muziek draaien, hebben we dan ook maar opgegeven." Verder schrijft Engelbertinck het stagneren van 'opmars' ook toe aan het duistere oorlogsverleden van onze oosterburen. Geheel onterecht volgens de dirigent. “De volksmuziek die wij maken is helemaal niet militaristisch van aard en vindt bovendien zijn oorsprong in Tsjechië."
Desalniettemin is Engelbertinck vastbesloten zijn muziek onder een breder publiek te brengen. "Onze concerten in Oost-Nederland zijn bijna altijd uitverkocht. Dit komt mede dankzij de professionele settings van onze optredens. Licht, geluid en decors, we hebben alles goed geregeld om zo professioneel mogelijk over te komen. We merken duidelijk dat het werkt. Steeds meer jongeren zoeken onze concertzalen op. Daar hebben we Hilversum niet meer bij nodig", zo verzekert de orkestleider. Voor mensen die nog niet bekend zijn met de 'Egerländer Muziek' omschrijft Engelbertinck zijn klanken als iets ‘unieks’ voor mensen van 8 tot 88 jaar. “Onze sound komt nog het dichtst bij muzikanten als Glenn Miller en James Last. ”De Egerländer volksmuziek kent inmiddels een rijke geschiedenis. Al in 1956 richtte geestelijk vader van de Egerländer muziek, Ernst Mosch, een blaasorkest op. Herman Engelbertinck sloot zich in 1978 als baritonnist aan bij de formatie. Toen Mosch zeven jaar geleden ernstig ziek werd en later overleed besloot Engelbertinck onder zijn eigen naam het roer over te nemen.
Sinds de oprichting in 1956 tot nu hebben de Egerländers al ruim 40 miljoen platen verkocht.

Herman Engelbertinck en zijn Egerländer Muzikanten zijn dit hele jaar nog zes keer te zien. Op 30 mei (lnternationaal Blaaskapellenfestival) en 4 juli treedt het orkest op in respectievelijk Beringe en Loenen. Voor meer concertinformatie surf naar www.egerlandermusikanten.nl of bel naar 0541-515 818.

©De Telegraaf

naar boven


De Gelderlander Arnhemse Courant
25 november 2003

Foto: Jan Wamelink

Orkestleider Herman Engelbertinck inspecteerde gisterochtend de Rijnhal, de plek waar hij morgenavond een concert geeft. "Contacten met journalisten moet ik niet zelf regelen; ik heb meestal meteen ruzie met ze."

In de voetsporen van de fenomenale Mosch

De beste muzikanten van Nederland willen in zijn orkest spelen. Geluk, noemt Herman Engelbertinck dat. Morgenavond geeft hij een concert in de Arnhemse Rijnhal. Met dank aan Ernst Mosch.

Door MARTIN HERMENS ARNHEM

Arnhem • Hij heeft een zwaar weekeinde achter de rug: zaterdag zijn moeder begraven, zondag alweer op de planken. “Dat was moeilijk en heel emotioneel”, zegt Herman Engelbertinck (58). “We speelden een paar van haar favoriete liedjes. Niet eerder heb ik zoveel huilende mensen in de zaal gehad.” Morgenavond, in de Arnhemse Rijnhal, is het weer business as usual. “Het leven gaat door”, zegt hij. “Mijn moeder is 88 jaar geworden; ze was mijn grootste fan. Vlak voordat ze stierf, zei ze me nog dat de concerten gewoon door moesten gaan. Tja, gelijk heeft ze.”
Waar het de zaken aangaat, heeft Engelbertinck alles in eigen hand. Podium, decor, licht en geluid - hij sleept het allemaal zelf mee. Een kwestie van zien dat anderen bet niet goed doen. Maar ook: een voortdurende drang om alles perfect voor elkaar te hebben. “Ik hoef niemand iets te vragen. Als de zaal leeg is, kom ik met mijn circus.”
Hij is veeleisend. Terecht, want zonder een stevige discipline kan een orkest niet naar behoren presteren. Geleerd van zijn grote voorbeeld Ernst Mosch, met wie hij 26 jaar over de wereld reisde. “Ik heb heel veel van die man geleerd. Muziek is emotie en Mosch kon dat als geen ander overbrengen. Hij is de meest fenomenale bandleider die ik ooit gekend heb. Ik heb 26 jaar lang mijn ogen en oren goed opengehouden en hem alles kunnen vragen wat ik wilde vragen.”
De kleine Herman ontdekte zijn liefde voor de muziek toen Circus Toni Boltini in zijn woonplaats Oldenzaal speelde. “Er zat een trompettist in de orkestbak die O mein Papa speelde. Dat vond ik zo mooi; dat wilde ik ook. Mijn vader, die in die tijd een heel goede muzikant was, heeft ervoor gezorgd dat ik een goede leraar kreeg.”
Het conservatorium volgde. En daarna de Marinierskapel. Dat orkest speelde toen Ernst Mosch een Edison, de hoogste muziekonderscheiding in ons land, kreeg uitgereikt. Dat was in 1971. “Hij hoorde plaatopnames waarop ik meespeelde en vroeg of ik dat ook bij hem wilde doen. Drie jaar later kwam de vraag of ik met zijn orkest op tournee wilde.”
In die tijd begon hij ook met de opbouw van zijn eigen circus. Hij maakte zijn eigen podium van 250 vierkante meter groot dat hij samen met zijn vriendin Daniëlle in twee uur tijd opbouwt. „Ik heb ook een trap ontworpen die altijd past aan een podium. Die trappen zijn vaak een probleem. Ik heb er vanuit de praktijk een oplossing voor gevonden.
Engelbertinck doet veel zelf. Veel, maar niet alles. “Contacten met journalisten moet ik niet zelf regelen. De meesten vragen waarom ik die hoempapa-muziek maak. Dan hebben ze meteen ruzie met me. Die lui zijn niet op de hoogte van de blaasmuziek.”
Hij snapt het wel, al die onbezonnen vragen. “De Nederlandse muziekcultuur wordt gedomineerd door bet Engelstalige repertoire. Wat er over de grens in Duitsland gebeurt, weet bijna niemand. Volksmuziek over de Heimat en de liefde, dat begrijpen ze in het westen van Nederland niet. Heel jammer.”
Sinds 1997 toert hij met zijn eigen Egerländer Musikanten. “Mosch hield ermee op; ik wil dat die muziek blijft voortbestaan.” Hij kan rekenen op de beste muzikanten van Nederland. “Of ze nou van bet Concertgebouw Orkest of bet Metropole Orkest komen - ze bellen mij om te vragen of ze mogen spelen. Dat is een luxe.”
Hoe dat zo komt? “Ik ben fanatiek, kan me in deze muziek uitleven. Dat is een mengsel van de stijl van Mosch en iets van mijzelf. Ik ben geen gemakkelijke dirigent. Als er één muzikant in het orkest zit die niet de interesse toont die ik verwacht, donder ik hem eruit."
“Gelukkig heb ik allemaal goede muzikanten. En die trekken weer goede muzikanten aan. Het voordeel is dat ze spelen voor de muziek, niet voor het geld. Maar ik verzorg ze wel op en top. Dat is heel belangrijk.”

©De Gelderlander Arnhemse Courant

Naar boven


De Twentse Courant Tubantia
24 november 2003

Concert Engelbertinck eerbetoon aan zijn moeder

Oldenzaal - Stadstheather De Bond, zondagmiddag. Concert door Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten.

Kapelmeester Herman Engelbertinck gaf aan het einde van bet concert zelf toe dat het geen gemakkelijk concert was geweest, vanwege het, overlijden van zijn moeder. Het concert was aan haar, een trouwe fan van haar zoon en zijn orkest, opgedragen. Nu is Egerländer de muziek van de liederen over de liefde en het (verloren) vaderland en die thema's stonden.
De rest van de middag centraal. Stadstheater De Bond bleek te klein. Er waren ruim honderd losse stoelen aan de voorkant bijgeplaatst en nog was dit niet genoeg om aan alle belangstelling te kunnen voldoen. Volgens presentator, zanger en bügelspeler Geert Sprick hadden de Musikanten zelden een concert gegeven waar de eerste rij zo dichtbij zat dat de zangers ze moeiteloos een hand konden geven.
De mensen die het gelukt was een kaart te bemachtigen kregen waar voor hun geld: het concert kende twee pauzes en duurde a1les bij elkaar meer dan drie uur. Alle bandleden zijn professionele musici: aan hen was de inspanning niet af te horen. Om vijf uur klonk de band nog even fris als om twee uur. Uitblinker van bet concert was zonder twijfel de Duitse drummer Holger Müller. Behalve dat hij alle marsen, polka's en walsen van het gepaste ritme voorzag, speelde hij een ongelooflijke solo. Hij begon op de kleine trom, stond al trommelend op om via standaards en trommelranden verder te trommelen op de voorkant van de base en ging daarna net zo makkelijk weer terug. Zijn drumstel bestaat slechts uit een hi-hat, snare, base drum en hangende bekken, maar daarmee kan de man toveren. De jarenlange ervaring van Engelbertinck bij de band van Ernst Mosch is ook aan de klank van zijn eigen band af te horen. Het zacht koper met bügels, flügelhoorns en baritons is bepalend voor het gezamenlijk geluid. Het trompetgeluid stak daarbij wel iets te scherp af.
Als toegift zong Herman Engelbertinck nogmaals de Egerlander melodie met de Twentse tekst `Marinus van de Plag', dat het cafeetje van zijn ouders als onderwerp heeft. Het leek wel een clublied. Vanwege de CD uit 2001, waar dit lied ook op voorkomt, kende een groot gedeelte van het publiek de tekst en zong mee. Voor de mensen die Herman Engelbertinck und seine Egerlander Musikanten ook of nog eens willen meemaken: dat kan deze week nog want de in de krant van donderdag half-aangekondigde bus naar Arnhem voor bet concert van komende woensdag rijdt wel.

Ellen Kruithof

© Twentsche Courant/Tubantia

Naar boven


Oost Gelder Vizier, Zondagkrant Arnhem
19 november 2003
Het beste blaasorkest sinds Ernst Mosch
(door Berry Keijser)
ARNHEM – Herman Engelbertinck heeft volgens kenners het beste blaasorkest sinds Ernst Mosch. Dat is geen wonder, want de geboren en getogen Twentenaar uit Oldenzaal heeft maar liefst 26 jaar lang meegespeeld in het wereldberoemde orkest van Ernst Mosch und seine Original Egerländer Musikanten.
Woensdag 26 november staat Engelbertinck met zijn eigen orkest Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten in de Rijnhal in Arnhem.
Wegens doorslaand succes al voor de zesde keer.

Zoals de naam van het orkest al doet vermoeden is Herman Engelbertinck de orkestleider en niet Ernst Mosch, want de grondlegger en koning van de Egerländer blaasmuziek is in 1999 helaas overleden.
Er zal de nodige kwaliteit geboden worden tijdens het concert, want Herman Engelbertinck heeft sinds 1997 een orkest uit topmusici weten samen te stellen van maar liefst 22 man plus twee zangeressen (Annelies Künz en Marleen Tiggeloven).
Dit dan in de originele Egerländer bezetting van Ernst Mosch.
Zo heeft hij de beste slagwerker in dit repertoire weten te strikken, namelijk Holger Müller en de speciale gast Vlado Kumpan, als de ‘Tsjechische Trompetenkönig’.
Kumpan zal schitterende trompetsolo’s ten gehore brengen. Ook de rest van het orkest staat garant voor kwaliteit, want de spelers komen uit orkesten als de Marinierskapel, Ernst Mosch en het Metropole Orkest.

Veel geleerd

,,Ik heb in al die 26 jaren dat ik bariton heb gespeeld in het orkest van Ernst Mosch veel van hem geleerd. Onder andere de specifieke klankkleur en typische sound van de Egerländermuziek.
Ik durf dan ook gerust te beweren dat mijn orkest van absolute topkwaliteit is. We spelen op een niveau in de traditie van Ernst Mosch. Misschien klinken we zelfs nog beter’’, vertelt Herman Engelbertinck zelfverzekerd.
De rasechte Egerländer-liefhebbers weten, dat de oorsprong van deze muziek uit Tsjechië stamt.
Daar aan de rivier de Eger woonde Ernst Mosch die zijn orkestnaam en blaasmuziek aan de naam Eger verbond. De wereldberoemde titel Rauschende Birken leeft bij velen voort tot op de dag van vandaag. Maar ook roem vervaagd en jarenlang werd de Egerländermuziek naar het achterkamertje verbannen.
Maar het tij lijkt nu ten gunste te keren.
,,We zien aan ons publiek dat de belangstelling voor de blaasmuziek weer toeneemt. Ook bezoeken steeds meer jongeren onze concerten’’, verhaalt Engelbertinck niet zonder trots. ,,Er zit nu publiek tussen de veertig en achtentachtig jaar. Dat laatste weet ik zeker, want die oudste bezoekster is mijn moeder.’’
Dat Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten alleen over topartiesten beschikt is een luxe-probleem. Musici staan in de rij om in het orkest te mogen spelen. ,,Bij ons spelen alleen de beste krachten die met overtuiging achter de Egerländermuziek staan. Iedereen bij ons speelt met hart en overtuiging en niet om de hypotheek af te kunnen lossen.’’ Met trots laat Engelbertinck dan ook weten dat zijn orkest ‘das gewisse Etwas’ heeft dat veel andere blaasgroepen missen. Maar behalve goede muziek wil het oog ook wat. Engelbertinck vindt, dat je het publiek ook iets meer moet voorschotelen dan alleen de muziek. De Rijnhal zal daarom voor het concert omgetoverd worden tot een mooi theater. En spectaculaire acts zijn Engelbertinck ook niet vreemd. Die kunst verstaat hij als eigenaar van een professioneel podiumbedrijf ook. Maar het beste is om gewoon zelf een kijkje te gaan nemen in de Rijnhal.

© Zondagskrant Arnhem

Naar boven


De Telegraaf Twente Vandaag
18 november 2003

‘Egerländer muziek is Heimatmusik’

OLDENZAAL - Herman Engelbertinck treedt zondag met ‘seine Egerländer Musikanten’ op in Stadstheater De Bond in zijn geboortestad Oldenzaal. De dirigent en zijn professionele blaasorkest vullen de avond met Egerländer muziek. Wat voor muziek? Als waardig opvolger van grondlegger Ernst Mosch, die ooit vanuit Tsjechië zijn landsmuziek meenam bij zijn vlucht naar Duitsland, is zijn antwoord kort: ‘Egerländer muziek is Heimatmusik’

Engelbertinck kan het niet vaak genoeg benadrukken; ‘Egerländer muziek is geen hoempapamuziek. De oorspronkelijke polka's, walsen en marsen zijn in de handen van muzikant en dirigent Ernst Mosch en zijn orkest, bewerkt tot toegankelijke muziekstukken.' Deze succesvolle gearrangeerde volksmuziek groeide uit tot een duidelijk herkenbare muziekstijl. Het bewijs hiervoor is het bestaan van honderden amateur en professionele Egerländer blaaskapellen in Nederland. ‘We zijn hooggekwalificeerde musici die een goed verzorgd concert verzorgen. 'De vijfentwintig blazers en slagwerkers zijn de trots van Engelbertinck.
Orkest rechts voor
Dirigent Herman Engelbertinck treedt aanstaande zondag samen met `seine Egerländer Musikanten' op in zijn geboorteplaats Oldenzaal

De musici zijn afkomstig van het Metropole Orkest en Marinierskapel. Zelf speelde Engelbertinck ooit ook in de Nederlandse stafkapel van de marine. ‘Wij hanteren ook een strenge selectie, want het publiek heeft recht op een goed concert.’ Maar wat is nou zijn geheim? ‘Liefde voor muziek en timing. De Egerländer Musikanten spelen uit liefde en net als in de jazzmuziek staat of valt blaasmuziek met de timing. Met muzikaliteit en techniek kom je een heel eind, maar bet belangrijkste is de feeling voor timing.’ Engelbertinck houdt zijn blaasorkest en vermogen strikt gescheiden, maar zijn goedbelegde boterham heeft hij wel degelijk aan de Egerländer muziek te danken. Uit de eerste tournees die hij voor Ernst Mosch organiseerde, stammen zijn speciale koppelbare stoelen en de eerste rijdende podiumwagen van Nederland. ‘Voor het eerste concert in de Diekmanhal in 1975 eiste de Enschedese brandweer gekoppelde stoelen in plaats van de klapstoelen die ik al had geregeld. Ook om in de toekomst van de problemen af te zijn, ontwikkelde ik zelf een stoelensysteem. Hetzelfde deed de ‘uitvinder’ met het podium. Zijn rijdende podium werd gebruikt voor concerten van James Last en andere grote namen. De Oldenzaler heeft graag de touwtjes in eigen handen. ‘lk sta niet graag voor onverwachte verrassingen. Dat geldt niet alleen op muzikaal maar ook op technisch gebied’

©De Telegraaf

naar boven


Ruud's Music Magazine
november/december 2003

Herman Engelbertinck
und seine Egerländer Musikanten
26 november a.s. schitterend concert in de Rijnhal te Arnhem

Jarenlang reisde hij over de hele wereld, als lid van ’s werelds beroemdste blaasorkest:
‘Ernst Mosch und seine Original Egerländer Musikanten’. 26 november a.s. staat hij met zijn orkest in de Rijnhal. Herman heeft uit topmusici van o.a. de Marinierskapel, Ernst Mosch en het Metropole Orkest zijn eigen orkest gevormd, waarmee hij het publiek trakteert op onvergetelijke Egerländermuziek van een ongeëvenaard niveau. Of zoals Herman het zelf verwoordt:
het beste blaasorkest sinds Ernst Mosch.
Wie Herman kent weet dat een interview met hem altijd goed is voor een interessant verhaal met links en rechts ferme uitspraken. Zo ook dit keer. Herman Engelbertinck is als zijn muziek: één brok emotie en gevoel. Een beetje theatraal, maar dat heeft ook zijn charme.
Het concert in de Rijnhal op 26 november a.s. kan ik u alleen maar van harte aanbevelen.

Kunt u enkele namen noemen van muzikanten die op 26 november a.s. deel uitmaken van uw orkest?
“Eigenlijk zou ik ze allemaal moeten noemen, om niemand te kort te doen. maar hierbij dan toch een paar in willekeurige volgorde: Vlado Kumpan, trompet solist Holger Müller, de beste slagwerker op Egerländer gebied die ik ooit ben tegengekomen, en een geweldige collega.

Geert Sprick, 1ste flügelhornist, tevens presentator en zanger, Jan Wessels, arrangeur van o.a. WDR- big-band en Metropole orkest, Jan Hollander, trompettist Metropole orkest, Bertus van Aalst, bassist marinierskapel en uiteraard Danielle Elsinghorst, mijn allerliefste, tevens arrangeur van niet in druk verschenen stukken”.
Het concert in de Rijnhal is inmiddels traditie geworden. Voor de hoeveelste keer wordt het concert nu georganiseerd?
“Voor de 6e keer met mijn eigen orkest: "Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten".
Hoeveel zitplaatsen zijn er in de Rijnhal? Wat maakt de Rijnhal zo geschikt om dit concert te verzorgen?
“De Rijnhal is voor mij zo geschikt omdat ik daar alles kan bouwen wat ik in mijn gedachten heb. Ik kan er met mijn vrachtwagens en heftruck inrijden. Ik heb de ruimte om al mijn ideëen te verwezenlijken. Dat zijn in de afgelopen jaren o.a. al geweest: zeven meter hoge fonteinen, slagwerkers die de lucht in gaan en ook nog draaien, een rijdend podium, liften in het podium, een solotrompettist die de zaal inschuift en omhoog gaat, hefplateaus met danseressen, vuurwerk…..
Het is iedere keer weer een muzikale show voor oog en oor! Ook deze keer heb ik weer iets spectaculairs bedacht, dat blijft echter nog een verrassing. De Rijnhal wordt omgetoverd tot een mooi theater, dat zullen de mensen die vorig jaar te gast zijn geweest zeker beamen. Ik pas de zaalgrootte aan aan het aantal te verwachten bezoekers. Op die manier is de beschikbare ruimte altijd benut. Een andere reden is dat ik met het personeel van de Rijnhal zeer goed overweg kan. Door onze jarenlange samenwerking (ik bouw al meer dan 25 jaar podia voor de meeste evenementen aldaar) heb ik met de medewerkers goede contacten opgebouwd om samen tot een fantastisch resultaat te komen. Dan heb ik het niet alleen over de zaalaankleding, maar ook over o.a. de catering en de kaartvoorverkoop”.
De laatste 10 jaar is naast de Egerländermuziek ook de Moravische
muziek enorm populair geworden in Nederland. Hoe ervaart uzelf dit genre?

“Moravische muziek heeft niet mijn voorkeur. Ik ben er niet mee opgevoed, maar ik heb wel respect voor de zeer goede, voornamelijk Tsjechische muzikanten die deze stijl ten uitvoer brengen. Toch zei mijn vader vroeger al: 1x een salto mortale is fantastisch, maar na 10x is het niet meer zo spectaculair.
Vlado Kumpan is mijn trompetsolist van de avond op 26 november a.s.. Hij speelt een aantal solostukken die ik heb uitgekozen. Daar zitten dus geen Moravische werken bij, terwijl Vlado met zijn eigen orkest dit genre fantastisch beheerst. Toch heb ik ervoor gekozen alleen hem uit te nodigen en niet zijn hele orkest. Ik denk ook niet dat mijn publiek daar op zit te wachten. We zijn één van de weinige orkesten in Nederland die enkel en alleen pure Egerländer blaasmuziek spelen. Dat onderscheidt ons ook van de rest. We doen liever één ding goed dan twee dingen half!”
Nederlandse blaaskapellen hebben te kampen met vergrijzing. Wordt er volgens u over 20 jaar nog Egerländermuziek gespeeld?
“Ik denk van wel, ik hoop ook nog over 100 jaar! De vergrijzing hebben de meeste kapellen toch aan zich zelf te danken. Als het een goeie gezellige club is, waarom zouden jonge mensen daar geen lid van willen zijn? Ik heb er namelijk helemaal geen last van. De enige die helemaal grijs is in mijn orkest ben ik zelf!
Het is een wisselwerking tussen orkest en publiek. Als de bezoekers het mooi vinden hebben de muzikanten het ook naar de zin. Je zit er voor het publiek, dat mag je nooit uit het oog verliezen. Mijn doelstelling is om Egerländermuziek te spelen met muzikanten die met hart en ziel, overtuiging en karakter achter deze muziek staan. Zo niet, ga vooral spelen bij een ander orkest, ik heb nog honderd anderen op mijn lijstje staan. Mijn muzikanten spelen niet voor het geld maar omdat ze het leuk vinden om deze muziek o.l.v. deze dirigent met deze collega's in deze ambiance te spelen. Het gaat om de combinatie. Valt er één van de vier weg dan werkt het niet. Goeie muzikanten trekken elkaar aan. Het is al zo ver dat ik word gebeld door prima beroepsmuzikanten of zij misschien een keer mogen meespelen. Ik heb dus een geweldig luxeprobleem! Als een dirigent er alleen maar voor staat om bijvoorbeeld de hypotheek van zijn tweede huis in Frankrijk te kunnen betalen wordt het bij voorbaat niks. Ik heb ook nooit méér dan één orkest kunnen leiden. Daar leg ik mijn hele ziel en zaligheid in, dat kan ik niet verdelen over twee orkesten. Dan komen ze dus allebei 50 % tekort”.
Zijn er plannen om ooit met uw orkest een CD te maken?
“In de rijnhal wordt op 26 november voor de derde maal een live CD opgenomen. Dit bevalt me tot nu toe het beste. Ik speel zoals ik speel, zo komt het ook op de CD, en zo weten de mensen dat dit puur natuur is. In de studio is er geen wisselwerking tussen orkest en publiek. Tijdens een concert valt er bij mij natuurlijk ook wel eens een nootje onder de tafel, maar de kracht en het enthousiasme van een live opname met publiek krijg je in een studio nooit”.
Welke andere Egerländerorkesten vindt u de moeite waard om naar te luisteren?
“Als je me vraagt naar Duitse beroepsorkesten als Michael Klosterman of Bernd Wolf durf ik, zonder mezelf op de borst te kloppen, te beweren dat ik die "in Grund und Boden spiel"! Diegenen die het tegendeel willen bewijzen moeten eerst naar een concert in de Rijnhal komen luisteren en kijken om dit te kunnen beoordelen. Ik vind het jammer dat de organisatoren van Nederlandse festivals altijd denken: wat je van ver haalt is lekker. Ik heb niet voor niets 26 jaar bij Ernst Mosch u.s. Original Egerländer Musikanten gespeeld. Daar heb ik natuurlijk muzikaal gezien heel veel van geleerd. Als er met een sectie wat doorgenomen werd, dan ging ik niet naar de bar, maar bleef erbij om te kijken en luisteren hoe en wat hij deed. Daardoor was ik natuurlijk iedereen 2 straatlengtes voor. Maar alleen met muzikaliteit ben je er niet. Het oog wil ook wat. Dat heb ik geleerd bij o.a. James Last en Leen Huizer (Lee Towers) waar ik vroeger bij de concerten in Ahoy betrokken was. Daar heb ik destijds al rollende podia gemaakt en Anita Meyer met een lift uit het podium laten komen. Leen deed ook alle specials maar éénmaal: een peperduur watergordijn voor 30 seconden, en langer niet. Je moet je publiek in verbazing achterlaten, zodat ze denken: hier wil ik volgend jaar weer naartoe, wat mag ik dan voor nieuws verwachten?
U speelt zelf bariton. Welke betekenis heeft dit instrument voor u?
“Dat boek heb ik uit, dat is voor mij geen uitdaging meer. Ik speel nu bas, wat ik met veel plezier doe, dat is weer een nieuwe uitdaging. Ook ben ik begonnen met stringbas. Ik wil blijven leren. Tevens ben ik dit jaar begonnen met privé directielessen van majoor. G. Buitenhuis b.d., om te weten hoe je een groot harmonie-orkest moet leiden. Twee verschillende werelden. Je bent nooit te oud om te leren!”
Wat is, voor u, het mooiste nummer dat Mosch ooit geschreven heeft?
“Der Böhmische Wind is één van mijn favorieten. Ernst Mosch zei altijd: “Dit nummer moet op mijn begrafenis gespeeld worden”. Toen werd er een beetje lacherig over gedaan. Maar bij zijn begrafenis hebben we het dus wél gespeeld, en dit heeft zeer veel indruk op mij gemaakt. Der Böhmische Wind, er wird noch wehen, wenn wir längst nicht mehr sind...(over 100 jaar?)”.
Kunt u een paar titels noemen die we de 26e november kunnen verwachten?
“Astronautenmarsch, Zum Städtl hinaus en een aantal nummers die niemand heeft en nooit in druk zijn verschenen. Daniëlle heeft ze overgeschreven van de plaat. Trompetsolo's door Vlado Kumpan, der Lieblingstrommler door Holger Müller en bijvoorbeeld een aantal Marsch-tango's”
Als u nu dertig jaar jonger zou zijn, zou u dan met een Egerländerorkest rond de wereld willen touren? Is dat überhaupt financieel gezien nog mogelijk?
“Ik wil nu nog steeds op tournee, daarvoor hoef ik geen 30 jaar jonger te zijn. Geld speelt geen rol. Het publiek is altijd razend enthousiast, het is alleen de kunst om ze er de eerste keer naartoe te krijgen. Zijn ze eenmaal geweest dan blijven ze komen. Naamsbekendheid is zeer belangrijk. We beschikken nu over een adressen- en e-mailbestand van ± 800 mensen. Deze worden gratis en voor niets op de hoogte gehouden van onze concerten. We kennen geen donateurs. Mensen die op onze concerten komen zijn voor ons al donateur omdat ze een kaartje gekocht hebben. U kunt zich kosteloos laten informeren door uw e-mail door te geven via info@egerlandermusikanten.nl, of een belletje te plegen met onze manager Gé ten Bokum, tel: 0541-515818. Hij is nu bezig een theatertour in Nederland te organiseren. Alle theaters vanaf 500 zitplaatsen zijn aangeschreven met een prachtig info boekje. Oldenzaal en Almelo hebben ons een half jaar geleden al gecontracteerd. Op 23 november spelen we in stadstheater "De Bond" in Oldenzaal en op 28 maart 2004 in "Theaterhotel" Almelo. We lopen mee in de theaterprogrammering en staan dus vermeld in het jaaroverzicht. Mijn orkest past zeker in deze ‘ambiances’, omdat we op deze manier ons luisterpubliek in zulke mooie zalen kunnen laten genieten van een heerlijke zondagmiddag uit”.
Als u Mosch nog een keer zou kunnen ontmoeten, wat zou u hem dan vragen?
“Ik ben in de gelukkige omstandigheid geweest Ernst Mosch 26 jaar persoonlijk gekend te hebben. Alles wat ik hem had willen vragen heb ik gedaan”.
U staat bekend als een levensgenieter. Is dit op de een of andere wijze te herkennen tijdens het concert op 26 november?
“Ik ben in zoverre een levensgenieter dat niet alles bij mij om geld draait. Ik wil graag zelf de touwtjes in handen houden. zo is het bij mij vroeger ook begonnen. ik ging op tournee met Mosch en vroeg aan hem: zullen we een concert in Nederland organiseren? Dat vond hij prima. Dat was op 5 april 1975 in de Diekmanhal in Enschede. De brandweer eiste toen al gekoppelde stoelen. Ik had klapstoeltjes voor 50 cent gehuurd; die kon ik niet koppelen. Halsoverkop moest ik toen andere stoelen huren voor fl 1,- per stuk. Dat moet ik de volgende keer niet weer hebben, dacht ik. Ik heb toen zelf een stoel ontwikkeld, een pakketje van 50 cm dat je uit elkaar kon trekken, dan had je 10 stoelen aan elkaar! Hier heb ik een patent op gekregen. Het volgende probleem was een podium; toen ik weer een concert met Ernst Mosch organiseerde kreeg ik een podium van steigerplanken waar het cement nog aan zat. Als Ernst Mosch een sprong nam, vloog bij mij de lessenaar in de lucht. Dat moet ook anders kunnen, dacht ik. Ook had ik een vervoersprobleem met de stoelen. Daarom maakte ik de eerste rijdende podiumwagen van Nederland, klapte hem uit, haalde de 3000 stoelen eruit, ging er 's avonds zelf op zitten spelen en van iedere bezoeker die ik aankeek had ik fl. 40,- in de zak zitten. Dat waren nog eens tijden! Ik had de stoelen en de podiumwagen alleen berekend op een x-aantal concerten met Ernst Mosch, maar er kwamen steeds meer hallen en organisatoren die het ook wilden huren. Zo ben ik van lieverlee steeds groter geworden. James Last moest toen 200 m2 hebben, in heel Nederland niet te krijgen! Ik heb toen weer een nieuw systeem ontwikkeld dat ik nu nog steeds gebruik. Onderhand heb ik ±1000 m2 podium, ook met overkappingen voor buitenevenementen.
Zo is het bij mij ook gegaan met het geluid. Ik huurde steeds in van een ander. Het was of te laat, of niet compleet, of ik had een geluidsman die dacht dat er alleen bassen met snaren bestonden. Vaak is een geluidsman alleen techneut en geen muzikant. Hij weet niet wat bij de Egerländermuziek de melodie-instrumenten zijn, kent het verschil niet tussen grote trom en Flügelhorn en zet meestal tijdens een zangnummer de microfoon te laat open. Zo ging het bij mij tenminste altijd. Of er zit een muzikant zonder technisch inzicht achter de knoppen. Als je om een beetje meer zang op de monitor vraagt krijg je als antwoord dat dat niet kan (dat hij dat niet kan, weet ik nu). Een mooie galm blijkt een foute badkamer en de grote trom dreunt door de hele zaal.
Dus wat doe ik? Ik koop een eigen geluidsinstallatie en volg zelf een cursus geluidstechniek bij de beste die ik daarvoor kan vinden. Ik wil zelf weten hoe mijn tafel functioneert en hoe ik hem moet bedienen. Ik verzorg nu het geluid bij diverse blaasorkesten. Ik ken alle stukken uit mijn hoofd, ik kan partituur lezen en heb mijn mengtafel onder de knie, en ik vind het ook nog leuk om te doen. Vraag mij niet voor een popband, daar ben ik niet geschikt voor.
Licht en trussen inhuren is misschien goedkoper dan zelf kopen, maar het ophalen en wegbrengen en de ergernis die je daarmee hebt zijn bij mij niet in geld uit te drukken. Dus ook in eigen beheer, evenals decoratie, doeken en planten”.
Wat is uw belangrijkste tip voor amateurorkesten die op een goede
manier de muziek van Mosch willen spelen?

“Tip 1: kom naar de Rijnhal. Tip 2: nodig mij eens uit voor een repetitie of workshop. In den lande worden wel eens Egerländer Workshops gehouden. Het verbaast mij dat de gastdocenten overal vandaan komen, maar degene die gewoon in Nederland woont en 26 jaar bij Ernst Mosch heeft gespeeld is nog nooit gebeld! Mensen vragen mij vaak waarom ik zo chagrijnig kijk. Dat ben ik helemaal niet, integendeel, maar ik ben nu eenmaal geboren met die gezichtsuitdrukking. Ik bijt niet, ik ben een gewoon mens, en je kunt ontzettend met me lachen. Ik kan een hele avond vullen met smakelijke anekdotes. Ik zou wel drie boeken kunnen schrijven! (en zal dat waarschijnlijk binnenkort ook doen) bij ieder orkest dat ik hoor denk ik: dit zou ik in één repetitie 40 tot 50% beter kunnen maken. Een repetitie is voor mij niet 20 nummers doorspelen. ik kan een hele avond over één stuk doen. als ze dat goed kunnen spelen, kunnen ze alles spelen. Het is een gevoel dat je niet in noten op papier kunt zetten”.

U moet kiezen: een heerlijke, zeldzame fles wijn of een nog niet
eerder ontdekte plaatopname van Ernst Mosch. Wat is uw keuze?

“Ik hou niet zo van wijn, maar wel van een goeie whisky. Een niet eerder ontdekte opname moet van de vijftiger of zestiger jaren zijn, anders doe mij maar een fles whisky. Bij de andere opnames was ik er namelijk zelf bij………..”

© Ruud's Music Magazine

naar boven


De Twentse Courant Tubantia
20 november 2003
De ‘c’ in zijn achternaam heeft Lee Towers voor hem bedacht. Vond-ie chiquer staan.
Dat is zo’n beetje het enige wat Herman Engelbertinck niet zelf uitvond.
De oud-Oldenzaler houdt de muziek van de in 1999 overleden Ernst Mosch levend. Hij is daarbij volkomen onafhankelijk van anderen. Concerthallen richt hij zelf in. Stoelen, podium, licht, geluid, reclameborden, hij neemt het allemaal zelf mee. Alsmede ‘seine Egerländer Musikanten’ natuurlijk
.
Herman en orkest links
Echte Egerländer met louter topmuzikanten
door Ton Ouwehand

Er zijn in deze wereld maar een paar mensen die echt een stempel op de muziek hebben gezet. Herman Engelbertinck (58) noemt ze in een adem: Count Basie, Glenn Miller, James Last en Ernst Mosch.
En om de muziek van de in 1999 overleden Mosch levend te houden heeft de oud-Oldenzaler een eigen orkest tot zijn beschikking: Herman Engelbertinck und seine Egerländer Musikanten. Een kapel met louter topmuzikanten. Beroepsmensen. Spelers uit het Metropole Orkest, uit de Marinierskapel. Een orkest met klinkende namen als Jan Wessels, Geert Sprick, Jan Hollander. ‘Ik heb van tevoren gezegd, het gaat me niet om geld. Het gaat mij erom om dat deze muziek gespeeld blijft worden. Met mensen die feeling voor die Egerländer muziek hebben. Ik wil goede muziek maken met goede mensen.’
Engelbertinck begon zijn orkest in 1997. Het jaar dat Ernst Mosch zich om gezondheidsredenen genoodzaakt zag te stoppen met zijn razendpopulaire orkest. Zesentwintig jaar had Engelbertinck bij Mosch gespeeld, op trombone en later op bariton. Hij weet nog precies hoe hij in 1971 bij Mosch terechtkwam. ‘Ernst Mosch kwam naar Nederland omdat hij een Edison kreeg. Ik was toen trombonist in de Marinierskapel. We speelden op dat gala. Wij moesten een intrada spelen, een soort aankondiging voor de wereldberoemdheid. Na afloop werden we voorgesteld aan Mosch.
Hij zei was enthousiast over ons. Hij vond dat ‘alle Holländer gute Musikanten’ waren. Wij hadden met de Marinierskapel net een elpee opgenomen met de Dutch Swing College Band. Daar speelde ik ook een solootje op. Ik heb hem die plaat toen meegegeven. Schijnbaar heeft hij hem afgeluisterd, want hij vroeg niet veel later of ik bij hem in het orkest wilde komen. Daar was ik zeer vereerd mee.’ In 1971 ging het nog om plaatopnamen. Dat kon Engelbertinck nog wel naast zijn werk bij de Marinierskapel doen. Maar drie jaar later vroeg Mosch of hij ook de tournees mee wilde doen. Het moment waarop de Marinierskapel een nieuwe trombonist kon zoeken. ‘Het orkest van Ernst Mosch was op dat moment voor mij het hoogst haalbare, ik hoefde geen moment te twijfelen.’
Duizenden concerten gaf Engelbertinck met Mosch over de hele wereld. Hij is op 120 verschillende elpees met Mosch te horen. ‘Slordig eigenlijk, maar ik heb ze niet allemaal. Ik zag het als werk. Nu het allemaal voorbij is, vind ik dat wel jammer.
Maar de familie doet er wel wat aan om die platen boven water te krijgen. Mijn dochter gaat alle vlooienmarkten af om te kijken of ze nog platen of rariteiten te pakken kan krijgen. En inmiddels ben ik een heel eind op weg.’
Dat Herman Engelbertinck de muziek in zou gaan, wist hij al vanaf zijn zevende jaar. Toen hij nog gewoon Engelbertink heette, zonder die ‘c’. Zeven was hij toen circus Toni Boltini in zijn geboorteplaats Oldenzaal neerstreek. ‘Ik zag daar een muzikale clown, die op een trompet Oh mein Papa speelde. Daar werd ik door gegrepen. Ik wist het gelijk zeker: dat wilde ik ook.’ Een jaar later stond de kleine Herman al trompet te spelen in het café van zijn vader.
‘Mijn vader was een bekende Oldenzaler. Hij had de bijnaam Marinus van de Plag. Hij was sowieso de meest humoristische kastelein die ik ooit ben tegengekomen.’ Zijn vader speelde saxofoon en slagwerk bij de plaatselijke muziekvereniging Semper Crescendo. De kleine Herman ging mee, met z’n trompet. Op het Twents Conservatorium suggereerde zijn trompetdocent Gerrit Kerkhoff om over te stappen naar de trombone. Hij kwam bij Gerrit Boomsma, de trombonegoeroe van ons land. ‘Helaas ook overleden,’ zegt Engelbertinck. ‘We hebben nog wel met een hele stel oud- studenten een muzikale hommage aan hem gebracht.’

Herman Engelbertinck is behalve muzikant ook uitvinder. Hij is lid van de Novu, de Nederlandse orde van uitvinders. ‘Als me iets niet zint, maak ik het zelf.’
En daarmee bedoelt hij niet zijn puur muzikale vindingen. Niet de cultuur van carnavalsorkesten, die hij zegt in gang te hebben gezet. Ook bedoelt hij er het spelen in stadions niet mee. ‘Ik heb ooit met mijn trombone in het stadion gespeeld bij wedstrijden van FC Twente. Dat was de tijd dat Twente vrij veel bovenaan stond. Ik denk zo rond 1968. Muziek in een stadion, Nederland stond op z’n kop. Ja, hoe gaat dat? Twente scoort en dan speel je een stukje. De scheidsrechter stond echt zo te kijken van: ben je al klaar, kan ik alweer fluiten? De KNVB heeft erover vergaderd. Of dat wel mocht.’
Nee, als Engelbertinck het heeft over uitvinden, dan bedoelt hij ook uitvinden. Vindingen waar patent op zit. Mijn podiumsysteem hebben ze over de hele wereld nagebouwd. Ik heb een podium ontwikkeld dat heel snel opgebouwd en afgebroken kan worden. Je hebt er maar twee man voor nodig. Ik ben nu in de Rijnhal bezig een podium van 250 vierkante meter te bouwen. In twee uur is het klaar. Verder heb ik praattafels ontworpen, koppelingen in stoelen. Zo’n systeem dat als je het uittrekt tien stoelen aan elkaar hebt zitten. Ik heb multifunctionele trappen gemaakt. Als een podium veertig cm hoog is of twee meter, die trappen passen altijd. En alles is supereenvoudig op te bouwen en af te breken. Ze zeggen wel eens dat je inventief wordt als er problemen komen, dat geldt in elk geval voor mij. Vraag me niet van wie ik het heb. Mijn vader kon ouwehoeren als de beste, maar hij kon nog geen spijker in de muur slaan. Ik heb wel die handigheid.’
Hij heeft zelfs een datum waarop een en ander in gang werd gezet: 5 april 1975. ‘We speelden met Ernst Mosch over de hele wereld voor volle zalen. Vier, vijfduizend man publiek was heel gewoon. Maar we hadden nooit optredens in Nederland. Regel het maar, riep Ernst toen ik vroeg waarom dat was.
Ja, dan ga je naar een grote hal en dan zeg je dat je een concert wilt organiseren met Ernst Mosch. Eerst kijken ze of ze water zien branden. Daarna ga je overleggen wat je dan nodig hebt, een podium, drieduizend stoelen. Die dingen ga je huren en dan ga je op een lijst afvinken wat je hebt geregeld. Alles lijkt voor elkaar. En dan komen de problemen. In de Diekmanhal in Enschede kreeg ik ineens te maken met de brandweer. Er waren drieduizend kaarten verkocht. Maar drie dagen voor het concert kwam de brandweer. De stoelen waren niet aan elkaar geschakeld, als dat niet voor elkaar kwam, kregen we geen toestemming voor het concert. En in Doetinchem bleek het podium te bestaan uit losse steigerplanken. Kijk, dat soort dingen gebeuren mij geen tweede keer. Ik ben die dingen zelf gaan ontwikkelen. Je had toen de Rincofabriek nog in Oldenzaal. Die maakten stoeltjes. Toen ik vroeg of ik daar iets mocht uitproberen, kon ik op de ontwerpafdeling terecht. Zes weken in die fabriek gestaan, toen
had ik het klaar. Er kwam een hoge baas langs die vroeg hoe lang ik al bij Rinco werkte. Ik zei: ik werk hier niet, ik maak een systeem. Ze vonden het een supersysteem. Ze hebben er patent op aangevraagd, en dat heb ik aan ze gegeven in ruil voor drieduizend stoelen.’
En zo heeft Herman Engelbertinck alles zelf in de hand. Als hij met zijn Egerländer Musikanten optreedt, neemt hij het podium mee, de stoelen, licht, geluid tot de schotjes waarachter de ‘musikanten’ plaatsnemen, tot en met de reclameborden. Alles geregeld op een manier zoals hij dat wil.
Egerländer muziek kun je alleen maar spelen als je een goed ontwikkeld ritmisch gevoel hebt, zegt Engelbertinck. ‘Bij de meeste muzikanten is het zwak. Je moet met 22 man een goede timing opbouwen. Waarom was de Count Basie Band zo goed? Omdat de timing goed was. Timing moet in orde zijn, anders dondert het orkest in elkaar. Specifiek aan Egerländermuziek is dat je precies op de tel moet spelen. De meeste muzikanten kunnen dat niet. Ze hebben allemaal de neiging om iets voor de tel te spelen. Bij Egerländer kan dat niet. Het moet vol op de tel. Dat is verdomd moeilijk. Veel beroepsjongens kunnen dat ook niet. Ik heb het Concertgebouworkest ‘Stars & Stripes’ horen spelen. Je kunt wel minachtend zeggen dat het maar een mars is. Feit blijft dat je het fatsoenlijk moet spelen. Dat was bij het Concertgebouworkest niet het geval. Die hele mars donderde voorover, omdat ze timing niet goed hadden.’
Die ‘c’ in zijn achternaam is een vinding van Lee Towers. ‘Ik heb veel voor Leen gewerkt. Op een gegeven moment zag ik mijn naam met ‘c’ gespeld op een elpeehoes staan. Leen vond het chiquer staan. Ik heb het zo gelaten. En toen ik later eens een stamboom onder ogen kreeg van de familie zag ik dat er bij mijn voorvaderen ook een Engelbertinck is geweest. Die ‘c’ is niet onterecht.’

© Twentsche Courant/Tubantia

Naar boven


 

 

  Home | Welkom | Kapelmeester | Ernst Mosch | Egerland | Agenda | Pers | Discografie | Biografie | Het Orkest | Foto's | Video | Liedteksten | Contact | Radio | Links | Gastenboek |